Dag 5: 4 juni, Chiry-Ourscamp – Hénonville, 108 km

Woensdag                                                                                  <terug>

Sint Jacob heeft om precies zes uur de hemelkraan dicht gedraaid. We kunnen dus redelijk droog opbreken. De eerste grote stad die we binnen komen na vertrek uit Chiry-Ourscamp is Compiègne. Eigenlijk hadden we gisteren daar willen overnachten, in de plaatselijke refuge. Dat ging niet door omdat we in Tournai de verkeerde richting kozen en veel tijd verloren.

Arjan bestudeert de kaart

Arjan bestudeert de kaart

We passeren zonder er veel van te zien. Voorbij Compiègne beginnen de heuvels. De eerste echte test voor het grote werk in zuid Frankrijk. Het weer is mooi, het is ongeveer twintig graden. We rijden langs graanvelden en zien veel bloemen langs de weg. Onderweg kopen we etenswaar bij de bakker. Bij voorkeur neem ik pain-au-raisin en pain au chocolat. Daarnaast is ook fruit, vooral bananen, een belangrijke voeding. We moeten vaak eten om geen hongerklop te krijgen. In Mouy leggen we even aan bij een plaatselijk café. Het is nog dertig kilometer naar Hénonville, maar toch neem ik een lekkere blonde Leffe. Ik wil wel eens meemaken of ik met bier in de benen de heuvels aan kan, of niet. Het terras voor het café is goed bezet. Met o.a. een Marokkaan uit het Rifgebergte in Marokko, die een paar jaar in Rotterdam heeft gewerkt. Hij spreekt een aardig woordje Nederlands en probeert mij zijn diensten aan te prijzen. Wat ik ook maar wil, hij kan het voor me regelen. Tegen betaling vermoed ik. Ik moet hem teleurstellen. Ik kan vrij aardig voor mezelf zorgen. Hij ziet het bijna als een belediging dat ik hem niet nodig heb. Of ik het echt zeker weet en of ik hem wel goed begrepen heb, vraagt hij. Zeker, dat heb ik. Een andere gast op het terras was vroeger sportmasseur. Nu lijkt hij een alcoholist.

Franse rozen

Franse rozen

Het is midden op de middag en toch is hij al ladderzat. Zijn kunsten als sportmasseur laat hij zien door mijn kuiten te masseren. Eventjes. Toch een raar gevoel: een kerel die aan je lijf zit te kneden. Arjan krijgt een echte knuffel. De Marokkaan zegt dat onze sportmasseur gedronken heeft. Nou, dat zien we zelf ook wel. We raken aan de praat met nog meer gasten. Ze vinden het maar apart dat wij op weg zijn naar Santiago. Ik betwijfel of ze weten waar Santiago ligt. Als we de kilometers noemen die we al hebben afgelegd en die er nog vóór ons liggen stijgt de bewondering. Je moet wel gek zijn als je dit doet, zie ik ze denken. Om hun bewondering te uiten krijgen we een biertje aangeboden. Kunnen we niet weigeren. Nou, dat wordt wat, denk ik. Met twéé pils in de benen de laatste dertig kilometer door de heuvels. Voor ieder been één pils. We vertrekken voordat we zelf onder de tafel liggen. De heuvels hebben een stijgingspercentage van soms wel 7%. In Hénonville zal ons zelfs 10% wachten. Dat lijkt weinig, maar ik geef het je te doen. Met een fiets vol bagage een paar kilometer een 10%-heuveltje beklimmen. In Meru doen we boodschappen bij de inmiddels bekende Mr. Ed. Ik houd er een plastic zak aan over die Arjan later nog uitstekend van pas zal komen. Ik meen zelfs te weten dat de zak Santiago gehaald heeft. Onderweg is stel B ons weer ‘ns voorbij gefietst. We doen haasje-over met hen, zo lijkt het. We komen aan in Hénonville. Stel A en B zijn er al. Wij staan echter op een ander deel en we hebben vandaag geen contact. Weer belanden we op een stacaravancamping. Dit keer zijn de ontvangst en de plek die we krijgen heel goed.
De mevrouw van de receptie blijkt een Russin. Arjan geeft nog even blijk van zijn kennis van het Russisch, opgedaan tijdens lange dagen niks doen in militaire dienst. Terwijl de mevrouw van de receptie een lang telefoongesprek voert met een klant (ze kijkt me verontschuldigend aan en maakt gebaren dat het afgelopen moet zijn), kijk ik rond in de ontvangstruimte. Er staan wat regionale producten uitgestald. Onder meer een fles cider. Dat lijkt me wel wat als aperitief. Want ik ga koken en daar past wel een cidertje bij. Ik vraag wat de fles kost. Het blijkt dat de fles er niet staat voor de verkoop. Waarom wél is niet duidelijk. Maar desondanks wordt er gebeld naar de eigenaar van de fles om te weten wat-tie moet kosten. Ik reken af. Cider moet koud zijn, oppert de mevrouw. Inderdaad, dat vind ik ook.

Fusilli op eenpits toestel

De oplossing is dat zij de cider in de koeling legt en dat ik ‘m om 20:00 uur kan komen halen. Om 19:30 uur komt ze ‘m al brengen. Net op tijd om als voorgerecht te dienen voor onze fusillimaaltijd. Wat ’n service. Arjan maakt een foto van het kleurige pannetje. Bij de fusilli drinken we een côte du Rhône. Na de afwas is het al gauw bedtijd.

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: