Dag 3: 2 juni, Tournai – Cambrai, 130 km, netto maar 80.

Maandag                                                                 <terug>

Spullen hangen te drogen

Spullen hangen te drogen

Mijn tent is nat. Van buiten, maar ook van binnen. Het heeft ’s nachts geregend en ik heb ‘m slordig opgezet. Het buitendoek raakt het binnendoek en dat geeft lekken. Bij vertrek om 07:30 is het droog maar bewolkt. We zoeken de Schelde op, want langs deze rivier loopt het jaagpad dat we moeten volgen. Helaas vergissen we ons in de richting. We denken dat we naar het zuiden rijden, maar later zal blijken dat dit niet klopt. Later is zo’n 25 kilometer verderop. Nog steeds jaagpad en dus geen enkele referentie. Enkel de Schelde aan onze linkerhand. Dat klopt wel. Ook lijkt hetgeen we zien (kerktorens in de verte en zijarmen van de Schelde) te kloppen met de kaart. Niet dus. Het idee dat we echt de verkeerde kant op rijden wil er niet in. Ook een tegenligger, overduidelijk een langeafstandsfietser, brengt ons niet aan het twijfelen. Pas nadat we een grote brug passeren die niet op de kaart staat begint de twijfel te knagen. Gelukkig staan er een paar werknemers van een overslagbedrijf langs de Schelde achter een hek. Arjan spreekt hen aan. Of we goed zitten? Dat ligt er aan. Waar willen we naar toe. Naar Frankrijk antwoorden we. Nou dan moeten we omdraaien. Ik val bijna van mijn fiets en vraag het nogmaals. Maar ze houden vol. We besluiten om geloof te hechten aan hun uitspraken en bereiden ons mentaal voor op een lange tocht naar Tournai. Om 12:00 uur zitten we in een cafeetje in Tournai aan de koffie met koffiekoek. Daarna vertrekken we zuidwaarts. Met de Schelde aan onze linkerhand…
Later zal blijken dat stel A ons in de ochtend de verkeerde kant zag op gaan, bij de Scheldebrug in Tournai. We waren te ver weg om ons na te roepen dat we verkeerd zaten.

Frans-Belgische grens, bronzen douanier

We passeren de Franse grens in Rumegies. Een bronzen Franse douanier zit op zijn post. Verderop passeren we stel B, dat met een lekke band langs de weg zit. Ze zijn verbaasd dat ze ons zien.
Zij hebben de ochtend gebruikt om een nieuw achterwiel te kopen. Wij leggen uit dat we dramatisch verkeerd gereden zijn.
Omdat we besloten hebben deze avond te gaan koken moeten er inkopen worden gedaan. We bezoeken de winkel van Mr. Ed. Een voor mij onbekende supermarktketen.

Ik koop ingrediënten voor een pastagerecht. Op het moment dat we bij de super willen vertrekken wordt onze aandacht getrokken door donkere donderwolken die duidelijk op ons afkomen. Optimistisch als ik ben stel ik voor de uitdaging aan te gaan. Helaas bereiken we het volgende dorpje als het al aan het regenen is en vinden we slechts matige beschutting. Arjan moppert dat de beschutting die de super van Mr. Ed ons had kunnen bieden veel beter was. We schuilen onder wat bomen. Het helpt niks. We worden doornat. De gele hoezen die we over onze fietstassen trekken blijken wel te voldoen uit oogpunt van zichtbaarheid, maar doorstaan de regen stresstest niet. Veel, zo niet alles is nat. Later horen we van een verongelijkte fietser dat de hoezen ‘spatwaterdicht’ zijn. Hij heeft al geprotesteerd bij de importeur. Moeten wij ook doen, vindt hij. Als het ietsje minder hard plenst verhuizen we naar een bushokje een paar honderd meter verderop. Daar trekken we een droog shirt aan. Ongelofelijk hoe snel je afkoelt. We stonden beiden te klappertanden in onze natte kleding. Stel B rijdt ons bushokje voorbij in regenkleding. Ze zien ons niet.

We besluiten een camping te gaan zoeken. Op het routeblad staat dat er een camping is in Wavrechain-sous-Faulx. Ietsje van de route af, maar wel vlakbij waar we nu zijn. Het blijkt een grote tegenvaller. We betalen voor onze plek ieder € 12,50. Daarna kijken we rond naar een plekje. De stacaravancamping is een en al modder. Op de plekken waar geen stacaravan staat ligt vuil en kapot beton. Elders langs het water is het zompig. Een zwerm muggen heeft ons gevonden en is klaar voor de aanval. We gaan terug naar de receptie. Mevrouw probeert ons nog een plek te slijten, maar wij komen steeds meer tot de overtuiging dat deze camping, ondanks de regen en het late uur, niks is. We vragen ons geld terug en gaan verder richting Cambrai, vijftien km verderop. Onderweg is het nog steeds nat.

In Cambrai spreekt Arjan een voorbijganger aan. Bar-Hotel TaximanOf hij een hotel weet voor arme pelgrims. Hij komt terug met het bericht dat we naar de Taximan kunnen gaan. De Taximan blijkt de naam van een eenvoudig hotelletje annex kroeg in het centrum van de stad. We gaan naar binnen en we kunnen inderdaad ieder een kamer huren. De fietsen kunnen binnen worden gestald direct vóór de bar, want de kroeg sluit om 21:00 uur. Morgen om 07:00uur is de tent weer open. Van het koken komt niks terecht en ik vraag de bardame of ik mijn inkopen (gehakt etc.) mag stallen in haar koelkast. Dat mag. We gaan uit eten, bij ‘de Pelikaan’. Ik neem de tête-de-veau.
De avond wordt afgesloten op mijn hotelkamer (ik heb de ‘suite’) met wijn en chips. De shirts en nog wat andere spullen hangen overal in de kamer om te drogen. Het was me de dag wel.



Tags: , , ,

Eén reactie to “Dag 3: 2 juni, Tournai – Cambrai, 130 km, netto maar 80.”

  1. Christel Says:

    Van Tournai naar Santiago via Oudenaarde? De Vlaamse Ardennen zijn mooi. Moet kunnen😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: