Dag 29: 28 juni, Ponferrada – Triacastela, 86 km

Zaterdag                                                                          <terug>

Villafranca del Bierzo, Colegiata Sta Maria

Als we ’s morgens vertrekken uit Ponferrada komen we langs de burcht van de Tempeliers en steken we de río Sil over. We hebben geen zin de Haarlemse route naar Villafranca del Bierzo te volgen, maar gaan over de N6. Deze weg moeten we na Villafranca del Bierzo ook hebben, richting de Puerto de Pedrafita do Cebreiro (1300 mtr) en verderop de Puerto el Poyo op 1337 meter. Omdat we een zelfgekozen route volgen ontbreekt een routebeschrijving. We moeten het doen met de kaart en met de borden langs de weg. Dat is voor Arjan een ongemakkelijke situatie. We zijn al een eindje op weg. Ik doe haasje over met een Spaanse mevrouw op een mountainbike. Telkens als ik op Arjan wacht passeert ze mij. Als ik weer verder rijd, rijd ik haar weer voorbij. We hebben de weg al ‘ns gevraagd toen we Ponferrada net uit waren en nu is Arjan weer bezorgd of we wel de goede route hebben. Ik denk van wel. Hij spreekt de Spaanse mevrouw op de mountainbike aan. Na enig overleg biedt ze aan dat ze ons de weg zal wijzen door voorop te rijden. We stemmen in. Ze springt op haar fiets en zet er behoorlijk de vaart in. Arjan moet lossen. Ik kan haar bijhouden. Een stukje voor Villafranca del Bierzo, op een rotonde wijst ze dat ik naar links moet. Zelf gaat ze rechtsaf. Ik wacht op Arjan en we fietsen verder.

Cacabelos, refugio rondom de kerk

Uit latere contacten met Jan de Wit blijkt dat we in Cacabelos (dat ligt aan de route tussen Ponferrada en Villafranca) een interessant refugio gemist hebben. Deze refugio -gele tweepersoons onderkomens- is rondom de kerk in Cacabelos gebouwd. In Villafranca del Bierzo drinken we koffie en eten we Spaanse croissants en Spaanse pain au chocolat. Op het terras zit het driemanschap uit Renkum, Heelsum en Volendam. En een Nederlandse mevrouw die al sinds begin april te voet op stap is naar Santiago. Ze zit er heel monter bij. We gaan verder; ook het driemanschap. Ik zie dat we via de N6 omhoog moeten naar O’Cebreiro. Weer blijkt hoe anders Arjan en ik fietsen. Binnen de kortste keren ben ik iedereen kwijt en rijd ik door een tunnel over de N6 en aansluitend daaraan de berg op. Steeds de N6. Vroeger was dit een drukke weg. Nu ligt er de A6, een snelweg en is het rustig op straat. Het is bovendien zaterdag en nog redelijk vroeg. Vandaar dat er in de tunnel (van een paar honderd meter) geen enkel verkeer is, behalve ik. Na een tijdje word ik tot mijn verbazing ingehaald door het flink doorrijdend driemanschap. Ze roepen me toe dat Arjan een heel eind achter ligt. Of ik niet moet wachten. Ik roep terug dat Arjan en ik een afspraakje hebben in O’Cebreiro. Onderweg, bij een bord STOP, film ik de weg en de omgeving. Ik probeer koeien met koebellen om op de video te krijgen, maar ze zijn te ver weg. Verder omhoog. Na een tijdje is Arjan bij gekomen. Hij passeert me en ik laat hem gaan.

Trabadelo, hoog boven me de A6

Hoog boven me loopt de A6, op enorm hoge betonnen palen. Ik stop her en der nog even om te eten en te drinken. Eindelijk kom ik aan in O’Cebreiro, op 1300 meter. Arjan is er al. Het is mooi weer, een aangename temperatuur en er waait nauwelijks wind. Ideaal. De uitzichten zijn overweldigend. Veel gele bloemen en veel groen. Dat kleurt prachtig. In O’Cebreiro gebruiken we de lunch. Weer het pelgrimsmenu. Na de lunch gaat Arjan op het terras zitten. Hij voelt zich wat minder. Ik ben aan de beterende hand en trek het dorpje in. Ik maak opnamen van een eenzame gitarist die stukjes uit het concierto de Aranjuez speelt. Een vrouw kiepert wat oude dozen naar buiten en verstoort daarmee de opname. Verderop zie ik een paar mannen bij een kroeg zitten. Klik hier om deze opname te zien.

O'Cebreiro

Ik loop er heen en ze begroeten me al van verre. Het zijn twee Spanjaarden en ze stellen zich voor; ik noem mijn naam. Ze nodigen me uit er even bij te komen zitten en met hen een biertje drinken. Eigenlijk vinden ze dat ik met hen moet lunchen, maar ik kom net van tafel, dus ik kan gemakkelijk weigeren. Een biertje accepteer ik wel, ook al heb ik net het grootste deel van de fles wijn van het pelgrimsmenu op. Er komt nog een derde Spanjaard aanschuiven. Ze zijn met z’n drieën aan de Camino bezig. Elk jaar doen ze drie etappes van de Camino Francés. Dit jaar is O’Cebreiro hun eindpunt. Ook de derde man stelt zich voor. Hij heet Timoteo. Ik zeg dat als hij Ti-Moteo heet, mijn naam San-Mateo is. De stemming is goed en er wordt flink gelachen. Ze komen uit de streek rond Barcelona. Uiteraard verloopt het gesprek van mijn kant in zeer gebrekkig Spaans. Maar Timoteo spreekt wat Frans en zo komen we er ook.

O'Cebreiro, 1.300 meter hoog

Ik zoek Arjan weer op. Hij is aan het bellen met het thuisfront. Ik doe nog een duit in het zakje door te roepen of hij drie of zes paracetamol moet innemen. In de hoop dat ze ’t aan de andere kant van de lijn horen. We gaan verder. Eerst komen we bij het bekende beeld, El Peregrino op de Alto de San Roque (1270 mtr). Het is een groot beeld van een pelgrim die in zwaar weer de Camino loopt. Hij heeft een pleister op zijn bronzen voet. Klik hier voor een video. We vervolgen onze tocht en komen na een paar kilometer op de Puerto el Poyo, 1337 meter hoog. Daarna volgt weer een lange afdaling. De weg is breed en pas geasfalteerd. Het is zaterdag en er is (dus) bijna geen verkeer. Ik rijd met maximaal 64 kilometer per uur naar beneden. Het eerste dorpje is Triacastela. Frans en Lia waren hier een paar dagen eerder. Arjan heeft een mindere dag, dus het oorspronkelijke plan om naar Sarría te rijden hebben we laten varen.

Alto San Roque, pelgrimsbeeld

De weg in Triacastela is recht en ik heb nog steeds flink vaart. Links van me zitten een paar vrouwen voor hun huis langs de weg en roepen iets naar me. Ik hoor vaag dat ze wat zeggen, maar heb geen zin nu al te remmen. Dat doe ik een stuk verderop. Arjan sluit aan. Hij heeft wat langzamer gedaald en ook al weer wat mensen gesproken. Hij weet te melden dat in de alberge een stukje terug Jaap Willemse onderdak heeft gevonden. Het lijkt me een goed idee daar dan naar toe te gaan. Met Jaap is het altijd wel lachen geblazen. Hij blijkt inderdaad in ‘onze’ alberge te huizen. Op ‘onze’ slaapzaal. Ik herken zijn vaalrode, jaren oude fietstassen. We werken aan onze blog in de alberge, maar de verbinding is supertraag en als ik achter de pc zit klapt hij eruit. Het duurt meer dan een kwartier voor ik ‘m weer aan de praat heb. Dan is inmiddels mijn tijd bijna verstreken en ik heb geen zin tijd bij te kopen. Het blijft behelpen, zeker als je foto’s wilt uploaden. We lopen wat rond in het dorp en Arjan maakt een praatje met deze en gene Spanjaard. Bij een kroeg bestellen we bier. We krijgen er ongepelde pinda’s bij. Ik denk dat ze een jaar of twee over de datum zijn. Dit is dus geen restaurant voor een goed diner. Een stukje verderop ziet het er beter uit. Ik ga poolshoogte nemen en zie dat er nog één tafeltje voor twee personen vrij is. Er moet dus snel gehandeld worden. Ik meld bij Arjan dat ik de plek ga warm houden en dat hij moet afrekenen met de kroegbaas van de muffe pinda’s. Dat afrekenen levert een teleurgesteld gezicht op. Maar daar kunnen we niet mee zitten. Moet je maar geen overjarige pinda’s aan je klanten voorzetten. We bestellen het pelgrimsmenu. Ik kies de witte bonensoep met varkenshiel (typisch voor Galicië) en een lekker stuk vlees. De fles wijn is standaard. Arjan kan niet geloven dat dit heerlijke maaltje met wijn erbij slechts acht euro per couvert kost. Aan het tafeltje naast ons zit Jaap in z’n uppie te eten. Aan de andere kant naast onze tafel zit een gezelschap jonge mensen uit alle delen van de wereld: Korea, Duitsland, Italië en het United Kingdom.

Triacastela, interieur refugio

Ze vermaken zich best. Ik maak op verzoek wat foto’s met hun toestellen en zet ze op mijn video. We lopen nog wat door het dorp. De alberge hanteert geen vroeg sluitingsuur. Bij een kroeg zien we Jaap zitten en we schuiven aan. Net als hij bestel ik nog een koffie met cointreau. Ik schrijf wel ‘Jaap’, maar we weten dan pas sinds kort hoe hij heet. Voor ons was het lang ‘de man uit Akersloot’. Jan de Wit kent hem als ‘de kale’. Lang na onze eerste ontmoeting zijn we zijn naam (Jaap Willemse) te weten gekomen. We gaan naar de alberge om ons bed op te zoeken. Ik slaap weer prima. Dat kan niet gezegd worden door iedereen. Volgens Arjan hebben deze nacht er zeker twee keer pelgrims aan ons stapelbed gehangen. Blijkbaar in een poging om mijn gesnurk te stoppen. Zonder resultaat vrees ik. Ik heb niks gemerkt.


Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: