Dag 28: 27 juni, Astorga – Ponferrada, 57 km

Vrijdag                                                                             <terug>

De klim van Astorga naar Rabanal del Camino blijkt pittig te zijn. Gelukkig dat we gisteren zijn gestopt in Astorga. Ik zou het er moeilijk mee gehad hebben. Nu ik gistermiddag gerust heb in Astorga en vannacht een goede nacht heb gehad, moet het lukken de Cruz de Ferro (in het galicisch/galego heet dat punt Cruz de Hierro) te bereiken. We zijn er direct na het middaguur. Het is prachtig weer. Een strak blauwe lucht, mooie temperatuur en weinig wind. Daarvoor passeren we echter Rabanal del Camino. Langs de weg ernaar toe staan geweldig veel prachtige bloemen. Ik maak een hele serie foto’s. We slagen er weer in elkaar mis te fietsen. Afspraak was in Rabanal del Camino te stoppen.

Rabanal del Camino

Ik rijd weer voorop en Arjan ziet dat ik de afslag naar El Ganso mis. Ik rijd een omweg van drie kilometer en ga via Santa Colomba de Somoza. Ik heb niks in de gaten en kom in Rabanal del Camino aan. Een klein dorpje dat helemaal is ingericht op caminogangers. Direct aan het begin van het dorp is links een plein. Ik zie Jaap Willemse er rondlopen en maak een praatje. Hij vraagt waar Arjan is en ik vertel dat die zo wel zal komen. Kan niet missen, er is maar één weg naar Rabanal del Camino, denk ik. En mijn fiets staat goed zichtbaar opgesteld op het plein. Toch gaat het weer mis. Arjan komt via de CV-192-4 naar Rabanal del Camino en ik via de LE-142. Op de viersprong (?) volg ik de LE-142, maar gaat Arjan schuin rechtsaf. De routebeschrijving geeft immers aan “spl weg volgen ri Rabanal”. Dat heb ik dus niet gelezen. Ik volg de LE-142 naar Rabanal. Ik heb niet eens in de gaten dat er nog een andere mogelijkheid is Rabanal binnen te fietsen. Aangezien ik ook geen weet heb van de route via El Ganso en zeker weet dat er maar één weg van Astorga naar Rabanal del Camino leidt, vertel ik Jaap dat Arjan ieder moment kan verschijnen. Mijn fiets staat strategisch opgesteld en ik zeg tegen Jaap dat ik een stempel ga halen in de alberge aan het plein. Dat doe ik en ik koop er ook nog wat fruit. Alles wordt gefilmd. Ik ben klaar, maar nog steeds geen Arjan. Waar zittie nou weer?

Rabanal del Camino, refugio

Ik zal ‘ns bellen. Hij zit driehonderd meter van me vandaan bij een andere auberge. Ik ga erheen. Weer bespreken we hoe het mogelijk is dat we elkaar weer mislopen en wat er aan te doen is om het te voorkomen. Ik zie geen sluitende oplossing, behalve continue samen rijden. En gezien onze totaal verschillende manier van fietsen is dat voor mij (nog steeds) geen optie. Arjan zegt dat hij lang op mij gewacht heeft en zelfs heeft overwogen door te rijden naar de Cruz de Ferro. Gelukkig dat we elkaar treffen vóór dat hij dat voornemen ten uitvoer heeft gebracht. We gaan naar de Cruz de Ferro. Dat is nog een hele klim. Als het (relatief) steil is, dan rijdt Arjan sneller dan ik. Waar dat precies aan ligt is me nog steeds niet duidelijk. Ik vermoed dat zijn laagste versnelling per omwenteling een langere afstand overbrugt dan mijn laagste versnelling. Want daar waar het (relatief) vlak is lig ik altijd voor als ik ‘normaal’ fiets. Zeker als we dalen. Mijn fiets daalt in z’n vrij sneller dan de fiets van Arjan. Arjan is dus het eerste boven. Kort voor de top pak ik mijn camera en film de aankomst al fietsend. Klik hier om dit te zien.

Lange paal op een grote hoop stenen

Ik rijd de berg stenen met de houten paal en daarop het ijzeren kruis voorbij, draai op de parkeerplaats die er direct achter ligt en rijd een klein stukje terug, nog steeds met de camera in mijn rechterhand. Bijna rijd ik tegen de omheining aan van de picknickplek, aan de andere kant van de weg, tegenover de berg stenen met paal. Jaap Willemse en een stel andere fietsers zitten er te eten en barsten in lachen uit. Het is blijkbaar een komisch gezicht. Arjan loopt al bij de berg stenen te kijken. Het is traditie dat elke pelgrim een steen(tje) toevoegt aan de berg die er al ligt. Volgens de literatuur om er op symbolische wijze een ‘last’ achter te laten. Ik heb alleen last van mijn keel en die laat zich moeilijk achterlaten. Ik haal mijn van huis meegenomen steen te voorschijn. Het is een bijzondere steen. Ik heb ‘m al 37 jaar in mijn bezit. Om het neerleggen van deze steen te filmen zet ik mijn videocamera op een statiefje. Ik loop de berg stenen op en leg de steen aan de westelijke kant onder tegen de houten paal. Ik ben er even stil van. Daarna vraagt Arjan mij om zijn steenlegging op video vast te leggen. Hij heeft een stel kleine steentjes van huis meegenomen. Eentje namens Ineke, eentje namens Chantal, etc. Ik bel Ietje om haar te melden dat ik op de top sta. We praten een hele tijd. Daarna gaan we weer verder.

Tempeliersnederzetting in Manjarin

Het wordt een spectaculaire afdaling van vele kilometers. We spreken af elkaar weer te treffen bij de brug in Ponferrada. Ik zet de daling in. Veel remmen, want het gaat steil naar beneden en het wegdek is niet best. Maximaal rijd ik tegen de vijftig km per uur. Ik passeer de tempeliersnederzetting in Manjarin en het mooie dorpje Acebo. De eerste brug die ik tegenkom ligt niet in Ponferrada, maar in Molinaseca. Een mooi dorpje net voor Ponferrada. Op de brug stap ik af om enkele opnamen te maken van de rivier en de oude pelgrimsbrug een stukje terug. Deze brug is nu alleen voor voetgangers in gebruik. Uiteraard kun je er ook over fietsen, maar ik volg het asfalt. Dat leidt over een brug parallel aan de pelgrimsbrug, 150 meter verderop. Ik sta er te filmen en ik zie Arjan over de pelgrimsbrug wandelen. De fiets aan de hand.

Pelgrimsbrug in Molinaseca

Ik roep en ik zwaai, want ik zie het al weer gebeuren. Hij kijkt op de kaart die voor op zijn fiets zit. Ik verzin een list. Als ik snel genoeg ben dan vang ik ‘m op aan het einde van het dorp waar de weg door het dorp uitkomt op de asfaltweg waar ik op rijd. Ik ben te laat. Ik rijd nog even door het dorp om te zien of Arjan ergens een kroeg heeft gevonden, maar ik zie ‘m niet. Weer bellen. We hadden toch afgesproken bij de brug te stoppen. Het is dan wel niet de brug in Ponferrada, maar dat maakt mij niet zoveel uit. Later blijkt dat Ponferrada twee bruggen heeft. Een net voor de stad op een ongezellig stuk weg en een midden in de stad. Arjan is echter doorgereden en rijdt nu richting Ponferrada. Jammer, want Molinaseca is een mooi dorp en een biertje zou best gesmaakt hebben. Het is al drie uur. De weg van Molinaseca naar Ponferrada gaat omhoog. Ik ben een beetje vermoeid (want nog steeds last van keelpijn, ondanks de pastillas) en zeul mijn fiets de heuvel op. Ik tref Arjan en samen rijden we de laatste paar kilometer naar Ponferrada.

Ponferrada, Plaza Major

We parkeren onze fietsen op het Plaza Major. De zon schijnt flink. Het is erg warm als we op een terras aan het plein bier bestellen. Ik een grande, Arjan een gewone cerveza. We krijgen er een tapa bij. Ik moet bijkomen van de klim daarnet en heb even niet veel te missen. Nadat het bier en de tapas op zijn gaan we op zoek naar een refugio. We belanden in de refugio van de Parroquia de Nuestra Señora de la Encina. Er is plaats voor 210 pelgrims. Het is overduidelijk een vroom refugio. Niet alleen zitten er jonge priesters in hun missaal of bijbel te lezen, ook is er ’s avonds om 19:00 uur een mis. Die wordt van harte aanbevolen. Des te groter is het contrast met een van de pelgrims. Een man uiterst, maar dan ook werkelijk uiterst minimaal gekleed, loopt er rond te paraderen, zodat iedereen (in het bijzonder andere mannen) goed kan zien dat hij een flinke kerel is. In de refugio ontmoeten we Jaap Willemse weer. En een drietal dat we eerder ook al hebben gezien. Met hen bespreek ik het beleid van de Rabobank aangaande de rente op spaarrekeningen. Die vinden ze veel te laag. Als ik later thuis de krant lees blijkt dat ze gelijk hebben.

Tempelierskasteel

Er staan artikelen in de krant over de (te) lage rente die de Rabobank op spaarrekeningen vergoedt. Bert Heemskerk haalt het nieuws met uitspraken over andere, buitenlandse banken die een hogere rente vergoeden. Het levert hem alleen maar hoongelach op. Toch ‘ns bij Guus Maas langs gaan als ik weer aan ’t werk ben. Twee van de drie komen uit de buurt van Arnhem en de derde, een man uit Volendam, heeft zich onderweg bij hen aangesloten. Het zijn echte fietsers. Later, op de weg naar O’Cebreiro zullen ze me passeren. Ze fietsen dan met z’n drieën krachtig de berg op. Ik laat ze dan gaan. Omdat ik nog steeds niet helemaal lekker ben ga ik weer rusten. We spreken af elkaar weer te treffen op het Plaza Major om 20:00 uur. Om kwart voor acht schrik ik wakker. Snel sta ik op. Ik word nog even opgehouden door een Oostenrijkse kamergenoot die een fles wil openen maar geen kurkentrekker heeft. Ik inmiddels wel weer en ik weet gelukkig in welke fietstas die zit. Met de fiets ga ik naar het Plaza Major.

Refugio in Ponferrada

De klok van het ayuntamiento slaat acht keer. We zoeken een restaurantje aan het plein. We vinden wat en willen op het terras gaan zitten om te eten. De serveerster verwijst ons naar binnen. Dat lijkt ons minder, maar we volgen de aanwijzingen op. Binnen blijkt echter dat de tafels gedekt staan op een alleraardigst, lommerrijk binnenplaatsje. We bestellen dorade en witte wijn. Na de koffie een liquor de herbes, een geel kruidendrankje. We eten heerlijk. Opeens zie ik hoe laat het is. We rekenen snel af en spoeden ons met de fiets naar de refugio. Minder dan één minuut voor sluitingstijd zijn we binnen de poort.


Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: