Dag 25: 24 juni, Carrión de los Condes – Mansilla de las Mulas, 88 km

Dinsdag                                                                          <terug>

Alweer zo’n stadje met een fraaie, lange naam. Ik vraag me af wat de Spanjaarden die hier wonen er van maken. We ontbijten in het restaurant waar we gisteren ook zijn geweest. Nu serveren ze het pelgrimsontbijt. Ik besluit nog even opnamen te gaan maken bij het uitzichtpunt. Arjan heeft ’t wel gezien en gaat alvast op weg.

Sahagun, Arco San Benito

We spreken af dat we elkaar in Sahagún zien. Ik haal echter Arjan in en samen rijden we de route. Deze volgt nu het echte pad van de Camino. Gedurende vijftien kilometer rijden we over een breed zand/steenslag pad. We passeren veel pelgrims en ook de pelgrim die in het stapelbed naast dat van Arjan in het monasterio heeft overnacht. We zagen hem gisteren, druk bezig zijn voeten te verzorgen. Zijn voeten en ook de man zelf zagen er niet best uit. Vanochtend is hij om vijf uur opgestaan en hij ligt nu op kop van alle wandelaars die vanochtend uit Carrión de los Condes zijn vertrokken.

De Camino, een steenslagpad

In Calzadilla de la Cueza verlaten we het Caminopad en rijden over asfalt naar Ledigos. Gelukkig zijn onze fietsen nog heel. Meer geluk dan wijsheid. In Ledigos willen we koffie drinken, maar we vinden zo gauw niks om aan te leggen. We rijden door naar Sahagún. In Sahagún is een mooie stadspoort en ook de kerk is de moeite waard. Dat vindt althans Arjan. Op een gegeven moment is hij ‘weg’ (foto’s maken, blijkt later) en ik besluit daarop alvast te vertrekken.

Brug over rio Cea

Net buiten Sahagún is een mooie oude brug en ik stap hier even af om te filmen en foto’s te maken. Als ik de brug in het vizier van de videocamera heb zie ik Arjan over de brug fietsen. Zijn hoofd steekt nét boven de stenen brug-leuning uit. Filmen dus. Ik stap op en haal Arjan in. “Waar was jij?”. Ja, antwoord ik: “Waar was jij?”. We spreken af te stoppen in El Burgo Ranero. Daar kunnen we elkaar niet mislopen. Ja, dat kan wel. Ik kom als eerste aan in het dorp. Onderweg er naar toe mis ik opeens de vierbaans weg die naast de route te zien moet zijn. Althans, dat geeft mijn kaart aan. Geen grote weg te bekennen. Ik zit dus niet op de route. Gedurende onze Camino heb ik geleerd dat er een verschil is tussen verkeerd rijden en óm rijden. Aan het begin van onze tocht, in België, reden we verkeerd.We moesten omkeren en terug rijden. Nu rijd ik óm. De route volgt het Caminopad, maar ik heb de afslag naar rechts gemist en zit nu op de weg naar Vallecillo. Als ik op het kruispunt even voorbij dit dorp rechtsaf ga kom ik in El Burgo Ranero, zo lees ik op de kaart die altijd in een houder op het stuur van mijn fiets zit. Ik arriveer in El Burgo Ranero en ga vooraan in het dorp meteen linksaf. Ik zit dan weer op het pad van de Camino. Dat loopt voor de kerk langs. Ik stop bij de kerk en ga er naar binnen. Daar zit een jongeman als stempelaar te wachten op pelgrims. Ik krijg een stempel en bekijk de kerk. Buiten voor de kerk heb ik mooi zicht op de Camino en zijn pelgrims. Ik eet wat uit mijn voorraad en wacht op Arjan.

El Burgo Ranero, Iglesia San Pedro

Omdat Arjan nauwkeuriger is in het volgen van de route is het voor mij gissen waar hij is en wanneer hij passeert. Als hij de paarse route wél heeft gevolgd -over het echte Caminopad met kuilen en al- dan moet hij er eigenlijk al zijn. Hij is echter nergens te bekennen en El Burgo Ranero is geen wereldstad. Er wonen 894 mensen. De Camino staat duidelijk met gele pijlen aangegeven. Bovendien oefenen kerken en kathedralen een grote aantrekkingskracht uit op Arjan, dus hij moét hier wel langs komen, zo redeneer ik. Hij kan natuurlijk ook met materiaalpech ergens op het Caminopad tussen Sahagún en El Burgo Ranero staan. Toch maar ‘ns bellen. Arjan blijkt ook in El Burgo Ranero te zijn, maar een straat verderop. Hij is ook óm gereden, maar heeft in het dorp niet de Caminopijlen naar het centrum gevolgd. Hij zit aan de rand van het dorp op een terrasje. Al een hele tijd, naar zijn zeggen en dus heeft hij alvast een salade en een fles wijn besteld. Hij zit te eten als ik arriveer. Hij biedt me een glaasje wijn aan. In eten heb ik geen trek. We vertrekken voor het laatste deel van de etappe. Einddoel is Mansilla de las Mulas. We hebben deze plaats gisteren gekozen als alternatief voor León. De redenen zijn divers. Vlakbij Mansilla de las Mulas liggen twee monasterios die het bezichtigen waard zijn. Zo heb ik gelezen in de Haarlemse boekjes. Dus daar wil ik wel naar toe. Toevallig blijkt een van deze monasterios (San Miguel de Escalada) een paar jaar eerder bezocht te zijn door Arjan en zijn gezin. Het was toen gesloten en hij wil er eigenlijk weer naar toe. Het is namelijk het meest noordelijk in Spanje gelegen monasterio met mozarabische kenmerken. Het moet erg mooi zijn. Ook is Mansilla de las Mulas een handige plek om van daaruit een stukje van de route af te snijden. De Haarlemse boekjes geven een alternatief aan ten zuiden van León. Tenslotte ligt het stadje slechts vijftien km van León en als ik naar León wil kan dat dus gemakkelijk. We hebben morgen, 25 juni, als uitstapjesdag gepland staan. We gaan dan naar de twee monasterios en ik ga eventueel naar León. Arjan is daar al geweest; hij zal dus wat anders gaan doen.

Camping in Mansilla de las Mulas

In Mansilla de las Mulas arriveer ik als eerste op de camping. Als mijn tentje bijna staat komt Arjan het terrein op fietsen. Ik heb bij de receptie al gemeld dat we met twee personen zijn. Omdat we pelgrims zijn rekenen ze onze twee tenten voor één en krijgen we een schappelijk tarief. Zo gaat dat meestal. Onze stempelkaart doet zo nu en dan wonderen. Arjan geeft aan dat hij wel eens zelf wil koken. Dat is prima. We gaan boodschappen doen. In een klein winkeltje kopen we diepgevroren kip, macaroni, champignons, paprika, erwten en maïs. Op de camping is een bar waar een barkeeper actief is.
Deze bar is er ook voor de stedelingen. De camping grenst namelijk aan het stadsparkje en er komen zo nu en dan mensen uit het stadje naar de bar. Op borden staat aangegeven dat er ’s avonds pollo asado (gebraden -halve- kip) te krijgen is. Na het boodschappen doen melden we ons aan de bar. We ontcijferen een Spaanse tekst en naar onze mening komt die er op neer dat de barkeeper kan maken wat de klant lekker vindt. “Zeg ons wat U lekker vindt en wij zorgen ervoor.” Ik bestel een grande cerveza en neem er een ración olijven bij. De barkeeper geeft me het bier in een groot glas dat hij net uit de diepvries heeft gehaald, een schaaltje vol olijven en met enkele tientallen teentjes knoflook. Blijkbaar is hij op de hoogte van mijn voorkeur voor knoflook. Ik peuzel ze allemaal op. Heerlijk! Het is nog warm als we gaan eten. Ik heb nog een pakje aspergesoep uit Dax in een van mijn plastic voorraadzakken.

Franse buurman maakte deze foto

Ik maak de soep klaar en haal bij de barkeeper een liter sangria. Altijd lekker bij warm weer. Daarna gaat Arjan koken op het een-pits gastoestel. Met mijn joekel van een zakmes snijd ik de deels nog bevroren kip in kleine stukjes en geef Arjan wat kookadviezen. Een Frans echtpaar in de camper vlakbij zit het allemaal geamuseerd te bekijken. We raken met hen aan de praat. Ze komen uit Nantes en bieden ons witte wijn (muscadet) uit hun streek aan.

Dat kunnen we niet weigeren. Als we aan tafel willen gaan maakt de Fransman een foto van ons. De andere buren op de camping zijn het echtpaar uit Emmen en een Nederlands gezin. De pelgrims uit Emmen hebben we voor het eerst in de buurt van Noyon gezien; ze stonden naast ons op de camping in Chiry-Ourscamp. Ze zijn al ver gekomen; knap. Mét een kapotte spaak in het achterwiel van een van de fietsen. Wij (en ook anderen die we er over zullen spreken) vinden het onverantwoord om zo door te rijden. Maar ze zullen Santiago halen, met hun kapotte spaak.

Mansilla de las Mulas, kerkje

Het Nederlands gezin biedt een troosteloze aanblik. Ze hebben een veel te grote tent. Later horen we van Lia en Frans het relaas over het opzetten ervan. Het gezin bestaat uit vader, moeder en een zoon van rond de zeventien. Ze houden het Nederlandse dagritme aan, ondanks dat ze in Spanje zitten. Na het avondeten, keurig om zes uur, wijdt iedereen zich aan zijn eigen bezigheid. Men zit met de rug naar elkaar en probeert een puzzel op te lossen of bladert wat in een tijdschrift. Ik heb hen geen gesprek horen voeren. Een groet naar ons als ze onze tenten passeren op weg naar het toiletgebouwtje kan er bij hem en haar amper af. Zoonlief doet alsof hij niemand ziet. Na ons zelf gebrouwen diner drinken we koffie bij de barkeeper en eten van het tablet pure chocolade dat ik in Dax heb gekocht. Het is een enigszins vormeloos diep donkerbruin stuk chocolade geworden doordat het onderweg soms in een bijna gesmolten toestand heeft verkeerd. Het aluminiumfolie plakt er aan vast en is soms moeilijk te verwijderen. We maken er geen probleem van.


Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: