Dag 20: 19 juni, Puente la Reina – Nàjera, 102 km

Donderdag                                                                     <terug>

Caminobord

We hebben goed geslapen, althans Arjan. Ik heb weer ruzie met mijn nieuwe luchtbed. Dezelfde problemen als met het andere bed. Midden in de nacht is het zo ver leeggelopen dat ik er wakker van word. We ontbijten in de eetzaal van de refugio. We eten ons eigen brood. Ik heb als beleg nog blikjes met allerlei soorten paté en rilettes, gekocht in St. Jean Pied-de-Port. En ook nog wat schapenkaas. Die heeft intussen natuurlijk wel wat meegemaakt, maar hij smaakt nog lekker. Het is schitterend weer. Wel nog wat frisjes in de ochtend, maar het is lekker fietsweer. De wind waait uit het oosten. Ik geloof dat we onze hele tocht, 2.600 kilometer lang, nog geen kilometer wind op kop hebben gehad. Het zit ons geweldig mee. De etappe begint met een klimmetje. Daarna is het een glooiend landschap. Rechte wegen die als een zeven heuvelenweg door het land gaan. We passeren Estella en kunnen nog net een foto maken van de bekende brug.

Viana, gemeentehuis

In Viana stoppen we voor de lunch. We arriveren op het centrale plein, ongetwijfeld Plaza Major geheten. Wie staan daar op het punt van vertrek? Frans en Lia. Na de lunch gaat het richting Logroño. Een grotere stad die we helemaal door moeten. Als we de stad binnen komen over een breed geasfalteerd fietspad dat enigszins afloopt, suizen we langs een soort kraampje langs het pad. Er zit iemand in. “Stempelen!!” hoor ik achter mij roepen. De persoon in het kraampje blijkt een oudere mevrouw te zijn die op dit strategische punt haar kraam heeft opgezet. Ze verkoopt fruit, zet stempels en is de vooruitgeschoven post van de plaatselijke VVV.

Stempelen !!!

En ze spreekt allerlei talen. Op een of andere manier stralen we uit dat we Nederlanders zijn en dus schreeuwde ze “stempelen” toen we (te) snel voorbij reden. Niet altijd worden we als Nederlanders aangezien. Soms worden we als Duitsers beschouwd. Dat is natuurlijk een grote fout van onze gesprekspartner. We laten dat dan ook duidelijk blijken. We krijgen een stempel en ik deponeer een fooi in het daarvoor bestemde fooienpotje dat nadrukkelijk op haar tafel aanwezig is. Aan de zuidwestkant moeten we de stad weer uit. Het is even zoeken naar het Caminopad, want we fietsen nu over het echte pad. En hele stukken ervan zijn niet meer dan een smal, onverhard voetpad. Her en der zien we de bekende gele pijlen. We komen langs een stuwmeer. Dan volgt een lastige klim in Sotés. Weer moeten we een stukje lopen. Aan het begin van het dorpje, net na de klim, staat een bankje langs de weg. We gaan er even zitten. Een auto met een jong stel erin stopt en vraagt of alles OK is. Zo nodig willen ze helpen om onderdak te vinden. We antwoorden dat er geen problemen zijn en danken hen voor de belangstelling. Zelfs de watervoorraad is op orde. Net voor Navarette hebben we de bidons nog bijgevuld. In de afdaling na Sotés verlies ik een plastic zak die onder de snelbinders behoorde te zitten. Ik heb altijd wel een of meer van zulke plastic zakken achterop. Met brood of koek, wijn en fruit of restvoorraden van het koken. Nu zit echter in de zak die er af is gevallen mijn rugzakje. Een vrachtwagenchauffeur ziet het gebeuren en attendeert Arjan op de zak. Hij neemt ‘m voor me mee en ik spreek mijn dank uit voor deze reddingsoperatie. Normaal heb ik mijn rugzak waar die hoort, op mijn rug. Deze keer had ik mijn rugzakje in een plastic tas gedaan. De klim naar Sotés was warm en dan is het lastig fietsen met een rugzak. Vrijwel de hele Camino heb ik de rugzak op m’n rug gehad. Erg handig, zeker voor wat fragiele spullen en ook handig tijdens het bezoek aan een stad of om de boodschappen in te vervoeren. We arriveren in Nájera.

Camping Najera

De camping ligt vlak bij het centrum. We kunnen daar gemakkelijk te voet naar toe. Lia en Frans zijn ook op deze camping. We drinken met hen de wijn op die ik sinds Dax achterop de fiets meesleur. En schapenkaas en nootjes. Ook uit Dax. De chips uit Dax (van de familie in de camper) bewaar ik voor later. ’s Avonds gaan we uit eten. We treffen een voortreffelijk restaurant en gaan aan tafel in de comedor. Een comedor is een speciale eetruimte in een restaurant. Voor een biertje of een tapas zit je aan de bar, op het terras of aan een tafeltje naast de bar. Als je wil dineren ga je naar een aparte ruimte: de comedor, de eetkamer. Comer betekent in het Spaans ‘eten’. We eten een heerlijke vis en drinken lekkere wijn. Een Amerikaan uit een gezelschap naast ons tafeltje maakt een foto van ons. Ik heb hen gefotografeerd.

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: