Dag 16: 15 juni, Dax – Saint Jean Pied-de-Port, 68 km

Zondag                                                                           <terug>

Peyrehorade, Lia en Frans op de overweg

Met regenachtig weer vertrekken we. We worden niet nat maar het is wel ongezellig weer. Enkele kilometers buiten Dax word ik opeens wat misselijk. Ik moet stoppen. Ik heb het heet en zweet aan alle kanten. Mogelijk speelt mee dat ik een regenjack aan heb en dat laat geen frisse lucht toe. Wat er aan de hand is, is niet duidelijk. Later zal blijken dat dit waarschijnlijk een voorbode is van mijn hartaanval op 31 juli. Na een tijdje gaat ’t weer en we rijden verder. Bij de eerste de beste gelegenheid stoppen we voor een bak koffie en wat te eten. Het is nog steeds Frankrijk, dus ze hebben verse croissants en pain au chocolat. Ik knap er van op en we kunnen verder. Op het moment dat we willen opstappen ontdekt Arjan dat zijn tassenophanging aan het voorwiel los zit. Er ontbreekt een moertje, dat het frame waar de tassen aan hangen vast moet zetten. Met een stuk touw wordt het euvel provisorisch opgelost. Verderop komen we in Peyrehorade. Ik maak, liggend op een overweg, een foto van de rails. Een spoor links en een rechts, in de verte bijna samen komend. Ik sta op en zie dat Lia en Frans ons passeren. Ik zet ze op de foto.

Sorde, l'Abbaye St. Jean

Kort na Peyrehorade komen we aan in Sorde l’Abbaye. Hier staat een oude Benedictijner abdij, die jaren een halte is geweest op het pelgrimspad naar Santiago. Daarna stoppen we in Auterrive. Dat ligt aan de gave d’Oloron. Op de brug over deze rivier passeren Lia en Frans ons weer. Lia maakt foto’s van alle rivieren die ze passeren. Dat zijn er alles bij elkaar een hele boel. Ik schat enkele tientallen. Groot en klein. Direct aan de brug ligt een restaurant. Zonder menukaart bestellen we weer een salade. Een beetje prijzig, blijkt achteraf. Op het terras buiten zit een mevrouw.

Lunch in Auterrive

Ze blijkt te wachten op een gezelschap dat even later zal arriveren. We raken aan de praat. Ze zit daar op de rest te wachten omdat ze slecht ter been is. Ze heeft wel drie protheses, vertrouwt ze mij toe. Ik noem haar daarom madame prothésée. Ze moet er hartelijk om lachen. We gaan verder richting St. Jean Pied-de-Port. Het zijn nog enkele steile klimmen die me voor de eerste keer flink laten zweten. Bij Arjan loopt de ketting eraf, waarschijnlijk tijdens het schakelen naar een andere versnelling.

Acceuil des pelerins in St. Jean PdP

In St. Jean gaan we op zoek naar onderdak. We kijken rond op een camping aan het begin van het plaatsje, maar die valt af. Het is een troep. Verderop krijgen we het idee om naar een refuge te gaan. En te kijken of het ontvangstpunt voor pelgrims op zondag open is. We vinden het ontvangstpunt hoog op de heuvel. Het is open. We krijgen een stempel en ze informeren ons over de mogelijkheden die de refuges bieden. We gaan naar een refuge dicht bij de rivier le Nive, die het stadje kruist. Later blijkt dat er nog een andere camping is, vlak achter onze refuge aan de rivier. Maar we prijzen ons gelukkig met het echte dak boven ons hoofd, want het weer wordt slechter. Het zal pas op woensdag aanzienlijk beter worden.

Le Nive in St. Jean-pied-de-port

Voorlopig moeten we met regenbuien rekening houden. We zijn benieuwd naar onze refuge. In de voorbereidingen heb ik er het een en ander over gelezen en gehoord. Dat blijkt aardig te kloppen. Een refuge is eigenlijk een slaapzaal met in de buurt sanitaire voorzieningen. De meeste refuges (in het Spaans refugios) hebben meer dan één slaapzaal. De zaal is volgestouwd met stapelbedden. Die hebben enkel een matras. Soms ligt op het voeteneind een deken. De omvang van de slaapzaal varieert sterk. In onze eerste refugio staan er zeven stapelbedden. Maar later komen we in refugios met veel meer stapelbedden op grote zalen, gecreëerd in bijv. een oud seminarie. Behalve de slaapzalen is er een ontbijtruimte. Je kunt daar water koken en zelf meegebrachte etenswaren als ontbijt gebruiken. Gelieve de borden en het bestek dat je uit deze ruimte gebruikt wel zelf even af te wassen. En geen troep achter te laten. Spreekt vanzelf, tenminste voor de meesten. Er geldt een avondsluiting. Je moet voor die tijd binnen zijn. Het sluitingsuur varieert van 22:00 via 22:30 tot 23:00 uur. Op de slaapzalen ligt iedereen door elkaar.

Onze refuge, le chemin vers l'etoile

Er is (meestal) geen dames- en herenafdeling. Op volgorde van binnenkomst krijg je een bed toegewezen. Soms komt het voor dat voetgangers voorrang krijgen op fietsers. Sommige refugios gaan pas om 19:00 uur open voor fietsers. Wij hebben dit niet meegemaakt, maar anderen die we onderweg gesproken hebben, wel. De kosten van een overnachting liggen tussen € 5 en € 8 per persoon. Het is de bedoeling dat je maar één nacht blijft en ’s morgens om 08:00 uur het pand hebt verlaten. Op onze 1e refuge in St. Jean konden we twee nachten blijven. Het ontbijt (een half stokbrood en wat jam) was in de prijs -€15 p.p.p.n- inbegrepen. Dat bleek een Franse uitzondering op de Spaanse regel. De eerste nacht is het niet druk op onze slaapzaal. We zijn er met drie personen. De tweede nacht is het volle bak. De refuge is al oud. De vloeren kraken. Het heeft een prachtig vierkant trappenhuis en is drie etages hoog. Elke zijde van het trappenhuis is zes meter lang. De houten trap is breed en kraakt ook bij elke stap. Helemaal achter in de refuge kunnen we onze fietsen stallen. In de ontvangstruimte klinkt naast spirituele muziek ook muziek uit Jonathan Livingston Seagull en zo nu en dan een vrolijk nummer, bijv. de A-train.

Stadspoort

We lopen wat rond in het stadje en ontmoeten Frans en Lia op de brug. Zij staan op de camping. We gaan samen een biertje drinken. We wisselen adressen en andere wetenswaardigheden uit. Ze blijken even jong te zijn als Ietje (Lia) en ik (Frans). Met kinderen met de leeftijd van onze jongens. Daarna gaan Lia en Frans weer hun eigen weg. Wij gaan eten in een typisch Baskisch restaurant. We nemen jambon-de-montaigne en agneau basque. Als nagerecht kaas met jam en koffie. Het is heerlijk. Vooral de typisch baskische peperoni smaakt erg goed. Het zijn vrij kleine driehoekige paprika’s, zacht gekookt. Als aperitief hebben we txapa genomen. Op advies van de ober. Txapa (je zegt ‘tsjapa’) is een lekker Baskisch drankje.

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: