Dag 11: 10 juni, Poitiers – Nanteuil-en-Vallée, 129 km

Dinsdag                                                                           <terug>

Routebordje

We moeten de route weer oppikken. Ik kijk waar de zon staat en rijd voorop de stad uit. Links, rechts, weer links, stukje rechtdoor etc. Ik bepaal mijn route door gevoel te combineren met de stand van de zon. Arjan volgt. Na enig geslinger door de stad bereiken we de zuidkant van Poitiers, waarna we de route weer braaf volgen. Het is prachtig weer, 22 graden volgens de thermometer, annex kompas en fluitje, die aan mijn stuur bungelt. Regelmatig maak ik al rijdend een video-opname. Ook deze etappe. Soms een stille opname, soms een opname met (slap) commentaar. Mijn camera heeft voldoende opslagcapaciteit om gedurende de hele route opnamen te maken. Ik film van alles. Onze tent en omgeving, dorpjes waar we door komen, gebouwen die we bezichtigen en zo meer. Aan het einde van onze tocht heb ik op deze manier ruim acht uur videomateriaal verzameld. Genoeg voor een mooie samenvatting. Als we door Château-Garnier rijden passeren we het gemeentehuis. Er staan wat mensen in de deuropening en ik besluit om even een stempel te gaan halen. Meestal halen we een stempel bij de receptie van de camping waar we staan, maar dit heeft ook wel wat.

Lunch in Charroux

In Charroux leggen we aan en we nuttigen een lekkere salade. Eigenlijk wilde Arjan bij de fiets wat koek eten en water drinken, maar mij leek een bezoek aan de nabij gelegen auberge een beter idee. Ik heb aan de waardin van de herberg gevraagd voor ons een salade naar eigen inzicht samen te stellen. De salade smaakt voortreffelijk, zeker als je er een wit wijntje bij drinkt. De omgeving is prachtig. De lucht betrekt echter; er is onweer op komst. Aangekomen in Nanteuil-en-Vallée stelt Arjan daarom voor niet naar de camping te gaan, maar een echt dak boven ons hoofd te regelen. Hij spreekt een voorbijganger aan en die weet te melden dat er een camping is die helaas door ‘nomades’ tot hun kamp is verklaard. Maar dat hij ook naar het gemeentehuis kan gaan.

Sleutel halen in gemeentehuis

Daar weten ze wel een andere oplossing. Arjan meldt zich bij het gemeentehuis met de vraag of zij wat kunnen betekenen voor twee eenvoudige pelgrims. Dat blijkt te kunnen. We krijgen de sleutel van de plaatselijke gîte, die speciaal voor pelgrims wordt vrijgehouden. Het verblijf daar kost niks; we mogen zelf besluiten of we wat geld stoppen in de doos die in de gîte staat. De volgende ochtend kunnen we vanaf acht uur de sleutel weer inleveren op het gemeentehuis. De gîte ligt midden in het dorp, tegenover de kerk en is onderdeel van de plaatselijke auberge. Een prachtig onderkomen. Twee slaapkamers (elk twee personen), een keuken, zitkamer, badkamer en een fietsenhok. Je zou er wel een week willen blijven. Het is nog redelijk vroeg (een uur of vier) en ik ga inkopen doen bij de slager die links van de auberge zijn winkel heeft. Naast vlees verkoopt hij ook groenten, aardappels en kruidenierswaren. Ik vraag of hij twee tranches kan snijden van de prachtige lamsbout in zijn vitrine. Verder koop ik nog wat andere ingrediënten voor de avondmaaltijd. En wijn. Aangezien ik nog geen vervangende kurkentrekker heb gekocht, vraag ik de slager of hij de wijnfles opent. Daarna ga ik het dorp verkennen.

Abdij, met links de verboden deur

Er staat een bordje dat richting de abdij wijst. Ik volg de aanwijzing en beland bij een grote zwarte poort met aan de linkerkant een deurtje. Naar mijn overtuiging ligt achter deze poort de abdij. Ik open het deurtje en stap in een grote tuin met aan de rechterkant een oud bouwwerk dat ik aanzie voor de abdij. In de tuin zijn verschillende met elkaar verbonden watervallen. Het is er erg mooi en ik maak wat video-opnames. Als ik het gezien heb verlaat ik het perceel en sluit de zwarte deur in de grote poort achter mij. De donkere wolken beginnen serieuze vormen aan te nemen. Ik ga terug naar de gîte en tref er Arjan. Ik vertel hem van de tuin en we gaan er samen naar toe. Weer door het zwarte deurtje. Omdat ik het al een keer heb gezien blijf ik er kort en laat Arjan op zijn gemak rondkijken. Ik ben nauwelijks het deurtje door of ik word nageroepen door een boze mevrouw. Ik doe net of ik niks in de gaten heb. Ze scheldt en tiert dat het een lieve lust is. Blijkbaar is de tuin privébezit en ben ik een ongewenste indringer geweest.

Schitterende verboden tuin

Mijn naam is echter Haas en ik spreek geen Frans. Ze doet het zwarte deurtje op slot. Arjan is nog binnen. Als hij weg wil treft hij de gesloten deur. Om een of andere reden denkt hij dat ik hem een poets gebakken heb. Maar al snel komt hij er achter dat er wat anders aan de hand is. Hij wordt gespot door de eigenaresse en hij krijgt de volle laag. Hoe hij het in zijn hoofd haalt om een verbodentoegang gebied te betreden. Ze maakt het deurtje open en laat Arjan er door. Arjan speelt de vermoorde onschuld en weet nergens van. Had ze het deurtje maar op slot moeten doen vóór dat we binnen kwamen, denkt hij. Weer terug in de gîte barst het onweer los. Het regent hevig. Opeens gaat de deur open en staat er een meneer binnen. Een van de Hollanders uit het gezelschap van vijf dat we in Veigné hebben gezien. “Hoeveel kamers heeft de gîte?” vraagt hij. Hij geeft de indruk dat hij met zijn gezelschap bij ons wil intrekken. Verbouwereerd kijken we elkaar aan. Maar het probleem lost zichzelf op; hij vertrekt bijna even snel als dat hij was gekomen. Later zien we hen weer en blijkt dat ze in een herberg hebben overnacht. Ook horen we later van Frans en Lia (verderop meer over ‘stel F’) dat er op de camping in Nanteuil-en-Vallée inderdaad ‘nomades’ staan. Frans en Lia zijn echte kampeerders en hebben het onweer getrotseerd. De nomaden blijken de warmwatervoorziening van de camping zodanig verbouwd te hebben dat het water uit de douches gloeiend heet is.
Maar verder hebben ze geen problemen met de nomaden ondervonden. Ik bereid rondom de lamsbout een lekkere maaltijd. Gebakken aardappelen en erwten. Er staat een tv in de huiskamer en Arjan zet voetbal op. Griekenland tegen Zweden. Mij interesseert het niet en ik ga naar buiten en bel met Ellis. Daarna heb ik ook getracht Thijs of Ineke te pakken te krijgen maar dat lukt niet.

Auberge St. Jean

Wel krijg ik Bart aan de lijn. En Ietje natuurlijk. Met haar bel ik elke dag, soms wel twee keer. Na afloop van de wedstrijd stel ik voor nog even een borrel te pakken in auberge St. Jean waaraan onze gîte vast zit. We spreken een serveerster aan en die verwijst ons naar ‘de salon’. Daar kunnen we een cognacje drinken. De salon blijkt te bestaan uit twee fauteuils die gewoon in het kleine eet-zaaltje staat. We nestelen ons in de ruime fauteuils en nippen aan onze cognac.

Tags: , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s


%d bloggers op de volgende wijze: