Dag 8: 7 juni, Chartres – Vendôme, 109 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Zaterdag

Plein in Chartres

Plein in Chartres

Vertrek uit Chartres

Vertrek uit Chartres

Vandaag gaan we richting Vendôme. Tijdens het inpakken worden we aangesproken door een Engelse backpacker. Een beetje een zielig figuur. Hij is alleen onderweg en zoekt aanspraak. Hij is niet weg te slaan en blijft maar kletsen. Het slaat helemaal nergens op. Het begint me te ergeren en ik probeer hem kwijt te raken. We vertrekken om 08:30 uur. Onderweg passeren we de rivier Le Loir, niet te verwarren met La Loire. Bij deze rivier vraag ik Arjan een foto van mij te maken omdat ik m’n Rabobank shirt draag. Ik moet toch kunnen laten zien dat ik -soms- zorg voor kostbare exposure. Er kijkt echter alleen een hond naar onze fotoshoot. In Chateaudun nuttigen we onze lunch: stokbrood met kaas. Het is bewolkt en 18 graden. Nog steeds noordenwind. We worden als het ware naar zuid Frankrijk geblazen. Ik heb weer een beetje last van mijn linkerknie. Uitkijken voor overbelasting. Onderweg blijft het aan de frisse kant. Ik heb daarom mijn bodywarmer aan. Net als in de etappe naar Chartres hebben we afgesproken onderweg te bezien of we Vendôme kunnen halen. Dit keer is Fréteval het moment om te stoppen of door te gaan. We besluiten om door te fietsen. Om 17:30 uur zijn we in Vendôme op de camping. We hebben vandaag 106 kilometer gereden. Ietsje boven het gemiddelde. Ik ga inkopen doen; de camping ligt vlakbij het centrum. Vandaag eten we rijst met zalm en hollandaise saus. Arjan gaat wat onvoorzichtig om met mijn kurkentrekker. Die breekt af en hij vraagt de Nederlandse buren om de wijnfles te openen.


De Eure

De Eure

Het zal nog tot in Cadillac duren voor ik een nieuwe kurkentrekker heb. Enig gevolg voor onze wijnconsumptie heeft dit ongevalletje echter niet gehad…

De A-11

De A-11

Tijdens het koken spreek ik de buren. Het blijken Zeeuwen te zijn. Ze komen uit Terneuzen. Nadat we al enige woorden gewisseld hebben doet zij (het zijn een hij en een zij van rond de zestig) het voorstel om ons een kopje koffie te brengen als we klaar zijn met eten. Ik sla dat niet af. Als het zover is ga ik naar hun caravan en klop aan met mijn beker in m’n hand. Arjan is nog even bezig met iets onduidelijks. Ik sta rustig op het trappetje voor de deur te wachten tot ik een kopje koffie aangereikt krijg. Arjan is inmiddels ook in beeld. Misschien, of zelfs waarschijnlijk, komt het door hem dat de deur open gaat en ik zowaar binnen mag komen. Ik zie Arjans telefoontje op het aanrecht liggen op te laden. Dat heeft die Zeeuw toch maar weer mooi geregeld. We mogen gaan zitten en we krijgen koffie ín de caravan. Ik krijg ook een koekje gepresenteerd. Aangezien de koekjestrommel uitnodigend op tafel blijft staan en ik best zin heb in nog een koekje, (lekkere Lu-chocolade koekjes) pak ik er in een onbewaakt moment gewoon nóg een. Als ik dit de volgende dag aan Arjan vertel blijkt dat dat helemaal niet de bedoeling is. Een koekje pakken als je daar zin in hebt, dat doé je toch niet….

Het gesprek komt op gang. Het gaat uiteraard over Zeeland. Van alles komt voorbij.

Ik volg de gesprekken die goeddeels in authentiek Zeeuws worden gevoerd. Ik maakt er uit op dat Arjan in Hoes heboren is; in elk geval is hij er ophehroeid en ook op school heweest. Het gaat verder over straatjes en steegjes in Hoes en over Lewedorp, Wemeldinge, Groede en Zaamslag. En natuurlijk over Hoek op Zeeuws-Vlaanderen. Wat leren we veel deze avond. De avond wordt besloten met een borrel.

Hastvrije mensen, die Zeeuwen.

Chateaudun

Chateaudun


Dag 9: 8 juni, Vendôme – Veigné, 90 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Zondag

Vendome

Vendome

Eén van mijn doelen deze reis is om terug te keren op de camping in Veigné. Op deze camping hebben we met ons gezin een paar keer gestaan.
Ik bewaar er mooie herinneringen aan. Zoals bijvoorbeeld het kienen, bijna elke avond. Onze tent stond vlakbij de recreatieruimte waar het kienen werd gehouden, zodat we alles konden volgen. De campingbaas is de kienmaster en roept het getal: Cinquante-quatre, soixante-sept(e). Met altijd de letter ‘e’ nadrukkelijk aan het einde van het getal. Onze jongens liggen al in bed en oefenen hun Frans. Wie weet het eerste welk getal prijs heeft: 54, 67. Enzovoort. Om tien uur sluit de camping. Uit de luidsprekers klinkt het dan “Bonne nuit à tous”.

Camping Vendome

Camping Vendome

Het bleken andere tijden te zijn geworden. Er staan wel twintig plastic vakantiehuisjes en de toiletgebouwtjes zijn veranderd. De camping wordt beheerd door twee mannen die ik Emile en Valerie heb gedoopt. Ze zijn erg lief voor elkaar. Emile doet de administratie en Valerie is de baas in de keuken. Ook spreekt hij een paar woorden Engels. Als ik vraag of ze internet op de camping hebben haalt Emile er Valerie bij.


Het resultaat is dat we bij wijze van uitzondering gebruik mogen maken van de pc van Valerie, die normaal gesproken niet voor publiek gebruik bedoeld is. Wel pas ná 18:00 uur. We vragen of er een restaurant in het dorp is (we hebben geen inkopen gedaan; het is zondag). Nee dat is er niet, maar we kunnen wel in het campingrestaurant van Valerie iets eten. Vanaf 19:00 uur. Oké, dat zullen we doen.

Brocante in Veigne

Brocante in Veigne

Het blijkt dat er deze zondag vlooienmarkt is in Veigné. We lopen de brug over en bezoeken de ‘brocante’.
Weinig interessant. Bij de watermolen staat een drietal jonge muzikanten muziek te maken. Ik film ze met mijn fotocamera. Daarna drinken we een glaasje kir bij het drankenkraampje en kijken we binnen in het gebouw van de watermolen.

Vervolgens gaan we naar de camping. Ik neem een biertje terwijl Arjan zijn blog bijwerkt. Daarna ik. En vervolgens gaan we aan tafel. We bestellen steak-frites. Ik vraag om de steak saignant te bakken en Arjan heeft voorkeur voor à point. Er blijkt maar één steak te zijn, meldt Emile, die blijkbaar ook ober is. En ook de andouilettes (worstjes) zijn op. Ik overleg met Valerie (hij is de kok) wat er dan wél kan. Het wordt één steak, saignant gebakken en een salade Périgordine. Lekker met ham, foie gras en walnoten. Ik bestel een extra bord en wijn. We delen daarna de gerechten eerlijk. Met een kaasje na, begeleid door een speciaal nagerechtwijntje. Zo eten we toch nog een lekker maaltje. Naast ons zitten twee groepen Nederlanders die ook met de fiets op stap zijn; een groep van vijf personen en een stel man/vrouw. Zij blijken te slapen in een van die, wat vreemde, plastic huisjes. De groep van vijf slaapt in tenten. Wij zullen ze later nog ontmoeten in St. Emilion. Ook staat er een Nederlands gezin met jonge kinderen.
Verder zijn er geen gasten te bekennen.


Op onze reis naar Veigné hebben we (weer) kunnen ervaren dat personen die je aanspreekt om naar de weg (of een camping) te vragen niet altijd het goede antwoord geven. Arjan heeft van nature een rotsvast vertrouwen in wat een willekeurig iemand op straat hem vertelt. Hij vraagt liever de weg dan op de kaart te kijken. Ik werk precies andersom. Eerst goed op de kaart kijken en als ik er niet uit kom of iets niet zeker weet, dan pas vragen. Arjan heeft in Tours op een T-splitsing de weg naar Veigné (resp. Montbazon) gevraagd. Linksaf, zei de voorbijganger. We gaan dus linksaf. Maar na korte tijd begin ik te twijfelen. Aan onze linkerhand ligt de Loire en de zon staat aan onze rechterhand, terwijl het al ver na twaalven is. Dat kan niet kloppen. We rijden naar het oosten in plaats van naar het zuiden.

Ik overtuig Arjan ervan (de kaart bij de hand en aanwijzend waar de rivier stroomt) dat we verkeerd zitten. Het zal niet de laatste keer zijn dat een passant ons verkeerd voorlicht.

Klaprozen

Klaprozen

Dag 10: 9 juni, Veigné – Poitiers, 100 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Maandag

Cafe de l'agriculture

Cafe de l

De dag begint bewolkt. Het is fris en de wind waait nog steeds vanuit het noorden. Goed fietsweer voor ons. In Ligueil drinken we koffie in een smoezelig ‘café de l’agriculture’. Daarna eten we wat in Châteauroux. Op 9 juli zal hier een Touretappe eindigen.

Monsieur le Cure

Rustig peddelen we langs de Vienne richting Poitiers. We komen door Châtellerault. Daar is een kerk met St. Jacob als patroon. We bezichtigen de kerk en Arjan komt op het idee om aan te bellen bij de pastoor, Monsieur le curé. Die woont tegenover de kerk. De deur gaat open en we mogen binnen. We krijgen de indruk dat meneer pastoor eigenlijk toe is aan een middagdutje en enigszins uit balans is door ons bezoek. Maar geen punt, we krijgen onze stempel. Arjan noteert nog een en ander in het gastenboek dat op tafel ligt.

Chasseneuil

Chasseneuil

In Chasseneuil, nét voor Poitiers, drinken we nog een Leffe en een cola. De kroegbaas is bezig zijn zaak in gereedheid te brengen voor de voetbalwedstrijd die avond. In Poitiers aangekomen vraagt Arjan naar een camping. Die is er wel een, maar die ligt buiten de stad op een heuvel, aan de noordwest kant. Daar hebben we geen zin in.


Cola en Leffe

Cola en Leffe

Bovendien had ik in mijn voorbereidingen geen camping in Poitiers kunnen vinden. De vraag is dan ook wat de kwaliteit zal zijn van de camping waarnaar we worden verwezen. We besluiten een hotel te zoeken.

Avondlicht op de kathedraal van Poitiers

Avondlicht op de kathedraal van Poitiers

Poitiers ligt op een heuvel en dus wurmen we ons omhoog naar het stadscentrum, op zoek naar het Office du Tourisme. Daar kiezen we uit het getoonde aanbod een hotel. De mevrouw van de VVV reserveert de kamer en wij lopen er met de fiets aan de hand naar toe. We gaan in de stad eten. Eerst een salade Caesar, daarna een entrecote en een kaasplankje (met o.a. geitenkaas) met droge rode wijn na. Aangezien we ons het café in Chasseneuil herinneren, denken we dat Frankrijk vanavond voetbalt. Dat klopt, in die zin dat de wedstrijd al om zes uur is. Wij gaan uit van negen uur. Het is stil in de stad en dat verbaast ons. Uiteindelijk vinden we een voetbalcafé en kijken we Nederland-Italië. Frankrijk heeft gelijk gespeeld tegen Roemenië (vandaar de rust op straat); Nederland wint van Italië. We vieren deze overwinning met een cognacje in het voetbalcafé en we hebben leuk contact met de obers.
We zijn ongeveer de enige gasten deze avond. Vanmiddag hebben we ook nog onze blogs bijgewerkt.
We kunnen dus met een gerust hart gaan slapen. Samen delen we de kamer; ieder in een eigen bed. Er is een aparte badkamer met bad. Dat kunnen we goed gebruiken.


Dag 11: 10 juni, Poitiers – Nanteuil-en-Vallée, 129 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Dinsdag

Lunch in Charroux

Lunch in Charroux

We moeten de route weer oppikken. Ik kijk waar de zon staat en rijd voorop de stad uit. Links, rechts, weer links, stukje rechtdoor etc. Ik bepaal mijn route door gevoel te combineren met de stand van de zon. Arjan volgt. Na enig geslinger door de stad bereiken we de zuidkant van Poitiers, waarna we de route weer braaf volgen. Het is prachtig weer, 22 graden volgens de thermometer, annex kompas en fluitje, die aan mijn stuur bungelt. Regelmatig maak ik al rijdend een video-opname. Ook deze etappe. Soms een stille opname, soms een opname met (slap) commentaar. Mijn camera heeft voldoende opslagcapaciteit om gedurende de hele route opnamen te maken. Ik film van alles. Onze tent en omgeving, dorpjes waar we door komen, gebouwen die we bezichtigen en zo meer. Aan het einde van onze tocht heb ik op deze manier ruim acht uur videomateriaal verzameld. Genoeg voor een mooie samenvatting.

Als we door Château-Garnier rijden passeren we het gemeentehuis. Er staan wat mensen in de deuropening en ik besluit om even een stempel te gaan halen. Meestal halen we een stempel bij de receptie van de camping waar we staan, maar dit heeft ook wel wat. In Charroux leggen we aan en we nuttigen een lekkere salade. Eigenlijk wilde Arjan bij de fiets wat koek eten en water drinken, maar mij leek een bezoek aan de nabij gelegen auberge een beter idee. Ik heb aan de waardin van de herberg gevraagd voor ons een salade naar eigen inzicht samen te stellen. De salade smaakt voortreffelijk, zeker als je er een wit wijntje bij drinkt. De omgeving is prachtig. De lucht betrekt echter; er is onweer op komst.


Aangekomen in Nanteuil-en-Vallée stelt Arjan daarom voor niet naar de camping te gaan, maar een echt dak boven ons

Arjan vraagt de weg

Arjan vraagt de weg

hoofd te regelen. Hij spreekt een voorbijganger aan en die weet te melden dat er een camping is die helaas door ‘nomades’ tot hun kamp is verklaard. Maar dat hij ook naar het gemeentehuis kan gaan. Daar weten ze wel een andere oplossing. Arjan meldt zich bij het gemeentehuis met de vraag of zij wat kunnen betekenen voor twee eenvoudige pelgrims. Dat blijkt te kunnen. We krijgen de sleutel van de plaatselijke gîte, die speciaal voor pelgrims wordt vrijgehouden. Het verblijf daar kost niks; we mogen zelf besluiten of we wat geld stoppen in de doos die in de gîte staat. De volgende ochtend kunnen we vanaf acht uur de sleutel weer inleveren op het gemeentehuis. De gîte ligt midden in het dorp, tegenover de kerk en is onderdeel van de plaatselijke auberge. Een prachtig onderkomen. Twee slaapkamers (elk twee personen), een keuken, zitkamer, badkamer en een fietsenhok. Je zou

Waterval in verboden tuin

Waterval in verboden tuin

er wel een week willen blijven. Het is nog redelijk vroeg (een uur of vier) en ik ga inkopen doen bij de slager die links van de auberge zijn winkel heeft. Naast vlees verkoopt hij ook groenten, aardappels en kruidenierswaren. Ik vraag of hij twee tranches kan snijden van de prachtige lamsbout in zijn vitrine.


Verder koop ik nog wat andere ingrediënten voor de avondmaaltijd. En wijn. Aangezien ik nog geen vervangende kurkentrekker heb gekocht, vraag ik de slager of hij de wijnfles opent. Daarna ga ik het dorp verkennen.
Er staat een bordje dat richting de abdij wijst. Ik volg de aanwijzing en beland bij een grote zwarte poort met aan de linkerkant een deurtje. Naar mijn overtuiging ligt achter deze

Koken

Koken

poort de abdij. Ik open het deurtje en stap in een grote tuin met aan de rechterkant een oud bouwwerk dat ik aanzie voor de abdij. In de tuin zijn verschillende met elkaar verbonden watervallen. Het is er erg mooi en ik maak wat video-opnames. Als ik het gezien heb verlaat ik het perceel en sluit de zwarte deur in de grote poort achter mij. De donkere wolken beginnen serieuze vormen aan te nemen. Ik ga terug naar de gîte en tref er Arjan. Ik vertel hem van de tuin en we gaan er samen naar toe. Weer door het zwarte deurtje. Omdat ik het al een keer heb gezien blijf ik er kort en laat Arjan op zijn gemak rondkijken. Ik ben nauwelijks het deurtje door of ik word nageroepen door een boze mevrouw. Ik doe net of ik niks in de gaten heb. Ze scheldt en tiert dat het een lieve lust is. Blijkbaar is de tuin privébezit en ben ik een ongewenste indringer geweest. Mijn naam is echter Haas en ik spreek geen Frans. Ze doet het zwarte deurtje op slot. Arjan is nog binnen. Als hij weg wil treft hij de gesloten deur. Om een of andere reden denkt hij dat ik hem een poets gebakken heb. Maar al snel komt hij er achter dat er wat anders aan de hand is. Hij wordt gespot door de eigenaresse en hij krijgt de volle laag. Hoe hij het in zijn hoofd haalt om een verbodentoegang gebied te betreden. Ze maakt het deurtje open en laat Arjan er door. Arjan speelt de vermoorde onschuld en weet nergens van. Had ze het deurtje maar op slot moeten doen vóór dat we binnen kwamen, denkt hij. Weer terug in de gîte barst het onweer los. Het regent hevig.
Opeens gaat de deur open en staat er een meneer binnen. Een van de Hollanders uit het gezelschap van vijf dat we in Veigné hebben gezien. “Hoeveel kamers heeft de gîte?” vraagt hij. Hij geeft de indruk dat hij met zijn gezelschap bij ons wil intrekken.

Kaart in gite

Kaart in gite

Verbouwereerd kijken we elkaar aan. Maar het probleem lost zichzelf op; hij vertrekt bijna even snel als dat hij was gekomen. Later zien we hen weer en blijkt dat ze in een herberg hebben overnacht. Ook horen we later van Frans en Lia (verderop meer over ‘stel F’) dat er op de camping in Nanteuil-en-Vallée inderdaad ‘nomades’ staan. Frans en Lia zijn echte kampeerders en hebben het onweer getrotseerd. De nomaden blijken de warmwatervoorziening van de camping zodanig verbouwd te hebben dat het water uit de douches gloeiend heet is.
Maar verder hebben ze geen problemen met de nomaden ondervonden. Ik bereid rondom de lamsbout een lekkere maaltijd. Gebakken aardappelen en erwten. Er staat een tv in de huiskamer en Arjan zet voetbal op. Griekenland tegen Zweden. Mij interesseert het niet en ik ga naar buiten en bel met Ellis. Daarna heb ik ook getracht Thijs of Ineke te pakken te krijgen maar dat lukt niet. Wel krijg ik Bart aan de lijn. En Ietje natuurlijk. Met haar bel ik elke dag, soms wel twee keer.

Sleutel van gite halen in gemeentehuis

Sleutel van gite halen in gemeentehuis

Na afloop van de wedstrijd stel ik voor nog even een borrel te pakken in de auberge waaraan onze gîte vast zit. We spreken een serveerster aan en die verwijst ons naar ‘de salon’. Daar kunnen we een cognacje drinken. De salon blijkt te bestaan uit twee fauteuils die gewoon in het kleine eet-zaaltje staat. We nestelen ons in de ruime fauteuils en nippen aan onze cognac.

Dag 12: 11 juni, Nanteuil-en-Vallée – Aubeterre-sur-Dronne, 99 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Woensdag

Arjan haalt bij de bakker het ontbijt. Ik ga op mijn beurt ook nog even langs de bakker. Ondertussen heeft Arjan thee gezet. We nuttigen ons ontbijt aan de huiskamertafel in de gîte. Arjan heeft nog worst uit Beek en Donk in zijn bagage, maar besluit het restant nu toch maar weg te gooien.
Het is -vermoed ik- niet echt lekker meer.

Vertrek uit Nanteuil-en-Vallee

Vertrek uit Nanteuil-en-Vallee

Ik bied hem wat tomme de Savoye aan. Dat past beter bij deze ambiance. Voordat we de gîte verlaten stoppen we wat geld in de pot. Daarna levert Arjan de sleutel van de gîte in op het gemeentehuis. We gaan op weg. Tegen lunchtijd stelt Arjan voor om opnieuw een salade te gaan eten. Hij heeft de smaak te pakken. We nemen een salade composée. Weer erg lekker. Uiteraard leggen we in de ochtend aan bij een café voor koffie en een koffiekoek. Zeer belangrijk voor onze conditie.

In ‘de planning’ was voorzien dat we vandaag naar Angoulême zouden gaan. Maar we hebben dit plan bijgesteld. Onze ervaring met de grotere steden is niet geweldig en we besluiten de route ten oosten van Angoulême te nemen (het boekje geeft twee mogelijkheden). Omdat we ook nu weer de stopplaats willen laten afhangen van hoe we ons voelen, staat als eerste mogelijkheid Ronsenac op het programma.


Paar kilometer voor Ronsenac

Paar kilometer voor Ronsenac

Daar aangekomen besluiten we door te gaan naar Aubeterre-sur-Dronne. Geen echt bewuste keuze, maar achteraf blijkt het een gouden greep. We gaan naar de camping die aan de Dronne ligt. Het is er -zoals overal- niet druk. In feite is er vrijwel niks te doen. We ontmoeten er enkele Nederlanders. Eén van hen is op vakantie met een Paradiso vouwwagen. Aangezien Arjan en Ineke vroeger lange tijd ook met zo’n wagen op vakantie zijn geweest krijgt het gesprek met hen al snel melancholische trekjes. Vandaag koken we niet bij de tent maar we gaan de stad in. Er zijn immers twee interessante kerken die om een bezoek vragen. Die van St. Jean en die van St. Jacques. De kerk van St. Jean is zeer indrukwekkend. We mogen nog net binnen omdat we pelgrims zijn en onze stempelkaart kunnen laten zien. De kerk is een zogenoemde monolithische kerk. Helemaal uitgehouwen in de rotsformatie langs de Dronne. Het hoogste punt (binnen) is wel twintig meter hoog. Ook de andere maten zijn enorm. Er moet jaren steen gekapt zijn. Ook is er een necropolis in de kerk met meer dan tachtig sarcofagen. Ik maak een lange video-opname. Na het bezoek aan de kerk gaan we naar het centrale plein. We kunnen buiten, onder de platanen eten. Als voorgerecht een salade met warme gerookte kip, spekjes en moutardesaus. Als hoofdgerecht een werkelijk formidabele ossenhaas.

Lekker eten in Aubeterre-sur-Dronne

Lekker eten in Aubeterre-sur-Dronne

Vervolgens kaas en koffie.

Naast ons op het plein zit een ouder Chinees echtpaar. Ze hebben belangstelling voor onze fietsen en we raken aan de praat. Ze komen uit Sjanghai, maar wonen in Nederland (Den Haag). Hun dochter werkt bij ASML.


Dag 13: 12 juni, Aubeterre-sur-Dronne – St. Emilion, 72 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Donderdag

Fabuleuze grotkerk in Aubeterre

Fabuleuze grotkerk in Aubeterre

Ontbijt, potje thee zetten

Ontbijt, potje thee zetten

Vandaag een relatief korte etappe. Slechts 75 kilometer door een wat heuvelig landschap met, naarmate we dichter bij St. Emilion komen, steeds meer wijnvelden. Onderweg uiteraard weer koffie met koek. Aangezien Arjan en ik erg verschillen in de manier van fietsen, fietsen we vrij weinig samen. Meestal lig ik een stuk voor. Soms wacht ik na een tijdje op Arjan, soms rijd ik langzamer om hem bij te laten komen. Arjan heeft al een keer gevraagd de onderlinge afstand niet te groot te laten worden. Ik probeer aan dat verzoek te voldoen. Als we niet samen rijden is er altijd het risico dat we elkaar kwijt raken. Zeker ook omdat ik een slordige kaartlezer ben. Ik rijd zoals ik zou doen met de auto. Van plaats naar plaats, de borden volgend die langs de weg staan. Op de routekaart is de route te zien als een paarse lijn.

En er staat een beschrijving bij van de route: hier links, daar rechts. Heel nauwkeurig met een aanduiding bij welke kilometer er weer een afslag is. Helaas is op de print van onze gescande kaarten niet altijd de kilometeraanduiding helemaal te lezen. Acrobatreader (*.pdf) heeft een smal strookje aan de randen van mijn ppt.file niet geprint.

Bovendien kan ik de geprinte tekst niet lezen als ik mijn zonnebril (of geen bril) op heb. Mijn leesbril zit in het achterzakje van mijn shirt. Soms pak ik die er bij als ik de routetekst wil lezen. Met de nadruk op ‘soms’, want ik rijd voornamelijk door te kijken naar de paarse lijn en de borden langs de weg. Dat vraagt uiteraard om moeilijkheden. Zeker omdat Arjan wel de routetekst leest, maar moeite heeft met het lezen van de kaart. Zijn bril is niet ingericht op het -al fietsend- lezen van de kaart. Het onvermijdelijke gebeurt. Nadat ik even achterop ben geraakt omdat ik een video-opname heb gemaakt, passeer ik Arjan en roep hem toe dat zijn bagage van zijn fiets dreigt te vallen. Dat was geen grapje. Juist op dat moment leest hij de routeaanwijzingen en verstaat niet wat ik hem toeroep. Het blijkt dat de routebeschrijving aangeeft dat we op de bewuste plek rechtsaf moeten. Ik heb niks in de gaten en rijd door. Een eind verderop stop ik om op Arjan te wachten. Er verschijnt echter geen Arjan. Ik pak mijn leesbril en bestudeer de kaart. Inderdaad, ik zit verkeerd. Had een stuk terug rechtsaf gemoeten.

Wachten op Arjan, net voor Le Pizou

Wachten op Arjan, net voor Le Pizou

Ik overweeg wat te doen. Mijn aanname is dat Arjan wél de juiste route heeft gevolgd en nu op weg is naar Le Pizou. Ik kan terug rijden en de gemiste afslag pakken; ik kan ook de eerstvolgende afslag pakken en via een alternatieve route naar le Pizou rijden. Omdat we dit soort incidenten al eerder hebben gehad, hebben we een telefoonprocedure afgesproken. Die heeft echter als nadeel dat er niet overal goed bereik is en dat je telefoon wel moet aanstaan, wil je ‘m kunnen horen. Áls je ‘m al kunt horen, want dat is afhankelijk van waar je ‘m gelaten hebt en van de fiets- en omgevingsgeluiden.

Ik bel Arjan en krijg zijn voicemail. Ik spreek in dat ik op weg ben naar le Pizou en dat we elkaar daar zullen zien. Na een paar kilometer stop ik op de D3 net voor Le Pizou. Op het punt waar de officiële route uitkomt op mijn alternatief traject. Ik verwacht dat Arjan elk moment van rechts zal komen aanrijden. Maar geen Arjan. Ik bel hem opnieuw. Nu neemt hij op. We bespreken onze posities en we spreken af dat ik wacht totdat Arjan is gearriveerd. Na even wachten

Was hangt te drogen in St.Emilion

Was hangt te drogen in St.Emilion

zijn we weer herenigd. Hij heeft een stel Fransen gezien, die zwaaiden en riepen dat hij op de goede weg zat. Ze hebben mij zien staan wachten en snappen dat we bij elkaar horen. Zo dienen de knalgele spatwaterdichte fietstashoezen toch nog ergens voor. Arjan bespreekt met mij mogelijkheden om dit soort situaties te voorkomen. Ik ben van mening dat alleen écht samen rijden een oplossing is. Maar omdat we zó verschillend rijden is dat voor mij nauwelijks een optie. We stellen vast dat de route heilig is. Arjan had namelijk overwogen om mij te volgen toen ik een afslag miste. Dat moeten we niet doen. Degene die verkeerd rijdt (vrijwel altijd ik) moet zijn eigen probleem oplossen. De telefoonprocedure is -ondanks beperkingen- het laatste redmiddel als we elkaar kwijt zijn. In het verdere verloop van onze Camino zal deze procedure nog ’n paar keer gebruikt (moeten) worden. We spreken ook af dat we duidelijker afspreken waar we elkaar weer zullen zien. Het lijkt verstandig om telkens een dorp/stad een kilometer of vijtien of twintig verderop, als stopplaats af te spreken. Deze afspraak zal ook niet waterdicht blijken. Hierover later meer.

We komen in de loop van de middag aan in St. Emilion. Tijd genoeg om even de was te doen. Het is een vrij luxe camping met o.a. een groot zwembad. Ook zijn er wasmachines. Er zijn ook vrij veel, vooral Engelse, campinggasten. In de campingwinkel koop ik twee blikken ravioli. Ook hier laat ik de wijnflessen door het winkelpersoneel open maken. We hebben nog steeds geen kurkentrekker.
We ontmoeten er stel F. Ik heb hen al eerder genoemd. Op dit moment kennen we hun namen nog niet, daarom heb ik hen (en ook andere stellen/groepen) een letter gegeven. We zullen ze later nog een paar keer ontmoeten. Ook in Santiago zullen we ze nog zien. In een van de volgende ontmoetingen wisselen we namen uit. Ze heten Frans en Lia en komen uit Zwolle. Ik ben er niet helemaal zeker van wanneer we hen voor het eerst gezien hebben. Mogelijk al op de camping in Chartres. Als we ze nog eens spreken (we hebben hun adressen) moet ik het nog eens navragen.

In de buurt van St Emilion

In de buurt van St Emilion

Dag 14: 13 juni, St. Emilion – Labouheyre, 124 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Vrijdag

De snelweg 'Entre deux mers'

De snelweg

Nagenoeg verlaten dorpje

Nagenoeg verlaten dorpje

Arjan heeft last gekregen van zijn knie. In St. Emilion heeft Lia hem geadviseerd een knieband te kopen. Zij draagt er ook een en het werkt. Nadat we nog even door de heuvels hebben gereden komen we rond het middaguur aan in Cadillac. Een mooie plaats. Daar ontmoeten we Frans en Lia weer. Op aangeven van Lia koopt Arjan bij de plaatselijke pharmacie een knieband. Ik struin het dorp af op zoek naar een kurkentrekker. Eindelijk vind ik er een. Niet meteen mijn eerste keus, maar hij doet ’t wel. Later zal ik ‘m op vliegveld Stansted moeten inleveren en verdwijnt het ding in de container. De Britse veiligheidsmensen zijn duidelijk strenger bij de controle van handbagage dan hun Spaanse collega’s. Na Cadillac begint de streek Les Landes. Helemaal vlak en een eentonige begroeiing: enkel dennenbomen op een arme zandgrond. Soms regent het een beetje. Maar nauwelijks voldoende om regenkleding aan te trekken. Tenminste dat vind ik. Arjan denkt daar anders over. Na vele eentonige kilometers komen we aan op de camping in Pissos. Meteen zien we Frans en Lia. Zij hebben al ontdekt dat de camping nog dicht is. Pas op 1 juli begint hier het seizoen. Arjan heeft nog gezien dat er een stukje terug nóg een camping is. Volgens Frans een camping voor groepen, waarvan het maar de vraag is of die wel open is. Zij denken erover om door te rijden naar Labouheyre. Dat lijkt mij ook het beste plan.

We gaan op weg. Iedereen trekt of heeft regenkleding aan, behalve ik. Na een paar kilometer wordt het droog.

De camping in Labouheyre is een open camping, een aire naturelle. Er is een toiletgebouwtje met warm water en een douche. Verder is er niks. Het andere gebouwtje dat er staat lijkt een soort receptiegebouwtje te zijn. Maar er is niemand te bekennen. Lia en Frans zijn er ook. Zij hebben nog even boodschappen gedaan. En er is een jong stel met twee kleine kinderen (Mick en Seppe) van 4 en 1 jaar. Met z’n vieren zijn ze met twee fietsen, een fietsaanhanger, een tent en materialen op weg van Dax naar Nederland. Het lijkt me een zeer uitdagende onderneming. Omdat het al vrij laat is en vanavond Nederland tegen Frankrijk speelt gaan we uit eten. We vinden een eenvoudig restaurant met een weinig enthousiaste bediening. We nemen couquilles-st-jacques vooraf en gegrilde garnalen als hoofdgerecht. Frans en Lia koken wel op de camping. Frans mist daardoor de wedstrijd. Wij zien in een Frans café Nederland winnen van Frankrijk. De stemming is bedrukt; de Franse coach krijgt de schuld van het Franse verlies. Na afloop gaan we in het donker terug naar de camping.

Les Landes

Les Landes


Dag 15: 14 juni, Labouheyre – Dax, 83 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Zaterdag

Aanwijzing dat we goed zitten

Aanwijzing dat we goed zitten

Slang op de weg in Les Landes

Slang op de weg in Les Landes

De etappe naar Dax is vrij kort, slechts een kilometer of tachtig. Gisteren deden we nog 126 kilometer. Daarom staan we wat later op en vertrekken we pas om 09:30 uur. Ik maak nog een video-opname van Mick en Seppe. Omdat er nog steeds geen beheerder te bekennen is, vertrekken we zonder te betalen. Onderweg dreigt het telkens te gaan regenen. Op een of andere manier lukt het ons om tussen de buien door te rijden. Totdat we bijna in Hostens zijn. Daar schuilen we een paar minuten onder een dak-op-palen aan het begin van het dorp. Onderweg zien we Lia en Frans weer. In Dax is het even zoeken naar de camping. Er zijn er twee. Van Frans en Lia hebben we gehoord dat zij naar Les Chênes gaan. Na wat vragen en zoeken vinden we de camping aan de andere kant van Dax, direct aan de rivier de Adour. Lia en Frans zijn er inderdaad én een Belgisch gezelschap dat zij eerder in Noord-Frankrijk hebben ontmoet. Toen is de afspraak tussen hen gemaakt elkaar in Dax weer te zien. De Belgen zijn ook op weg naar Santiago, maar nemen de Somport-pas. Die ligt wat oostelijker dan de pas bij Roncesvalles. Bij de buren (een Frans gezin in een camper) vraag ik waar de dichtstbijzijnde supermarkt is. Ik ga er heen en koop pasta-ingrediënten, o.a. courgette en champignons. En wat lekkers, dat hebben we verdiend. Een klein flesje echte champagne, kersen, een meloen en een half Baskisch schapenkaasje: P’tit Brebis. Dat ken ik nog van onze vakantie in Sare, een aantal jaren geleden.

De familie in de camper biedt ons van alles aan. Ik weiger beleefd, want ik ga zelf wat koken. Wel beloof ik dat we na het eten bij hen op de koffie komen.

watertoren

watertoren

Ze kunnen het toch niet laten om ons wat toe te stoppen (ze weten waar we vandaan komen en wat we van plan zijn). Ik krijg een grote zak chips. Het zal nog dagen duren voordat de laatste chipjes op zijn. Ik geloof dat ik de lege zak in Mansilla de las Mulas heb weggegooid. Tijdens de koffie gaat het gesprek met de Fransen over van alles, tot en met de hoge prijs van de diesel. Het is duidelijk: ze moeten niks hebben van Sarkozy. Na de koffie fietsen we nog even naar de stad. Het is een oude Romeinse plaats. De Romeinen hebben er thermen aangelegd die gevoed werden door de nog steeds aanwezige warmwaterbronnen. Uit deze ín de stad gelegen bronnen stroomt per dag twee miljoen liter water met een temperatuur van 62 graden. Op een terras nemen we nog een cognac en daarna is het tijd om te gaan slapen. Ik moet dan nog het kussen van mijn luchtbed plakken. Al vanaf het begin heb ik problemen met het Campingaz luchtbed. Het loopt tergend langzaam leeg. Dat betekent dat ik midden in de nacht de grond raak met mijn rug en lucht moet bij pompen. Nu is mijn kussen (apart compartiment) echt kapot. Er zit een gaatje in. Hoe dat kan is een raadsel, maar het is een duidelijk waarneembaar lek. Met mijn zaklampje in de mond verlicht ik de plek des onheils en probeer hem dicht te plakken. Dat lukt maar ten dele. Ik slaap deze nacht op een leeg kussen en een langzaam leeglopend luchtbed. Hier moet verandering in komen. Dit is geen doen.

Dag 16: 15 juni, Dax – Saint Jean Pied-de-Port, 68 km

augustus 17, 2008 door matknaapen

Zondag

Thermen in Dax

Thermen in Dax

Overweg in Peyrehorade

Overweg in Peyrehorade

Met regenachtig weer vertrekken we. We worden niet nat maar het is wel ongezellig weer. Enkele kilometers buiten Dax word ik opeens wat misselijk. Ik moet stoppen. Ik heb het heet en zweet aan alle kanten. Mogelijk speelt mee dat ik een regenjack aan heb en dat laat geen frisse lucht toe. Wat er aan de hand is, is niet duidelijk. Later zal blijken dat dit waarschijnlijk een voorbode is van mijn hartaanval op 31 juli. Na een tijdje gaat ’t weer en we rijden verder. Bij de eerste de beste gelegenheid stoppen we voor een bak koffie en wat te eten. Het is nog steeds Frankrijk, dus ze hebben verse croissants en pain au chocolat. Ik knap er van op en we kunnen verder. Op het moment dat we willen opstappen ontdekt Arjan dat zijn tassenophanging aan het voorwiel los zit. Er ontbreekt een moertje, dat het frame waar de tassen aan hangen vast moet zetten. Met een stuk touw wordt het euvel provisorisch opgelost. Verderop komen we in Peyrehorade. Ik maak, liggend op een overweg, een foto van de rails. Een spoor links en een rechts, in de verte bijna samen komend. Ik sta op en zie dat Lia en Frans ons passeren.
Ik zet ze op de foto. Kort na Peyrehorade komen we aan in Sorde l’Abbaye.

Lia en Frans

Lia en Frans

Hier staat een oude Benedictijner abdij, die jaren een halte is geweest op het pelgrimspad naar Santiago. Daarna stoppen we in Auterrive. Dat ligt aan de gave d’Oloron. Op de brug over deze rivier passeren Lia en Frans ons weer. Lia maakt foto’s van alle rivieren die ze passeren. Dat zijn er alles bij elkaar een hele boel. Ik schat enkele tientallen. Groot en klein. Direct aan de brug ligt een restaurant. Zonder menukaart bestellen we weer een salade. Een beetje prijzig, blijkt achteraf. Op het terras buiten zit een mevrouw. Ze blijkt te wachten op een gezelschap dat even later zal arriveren. We raken aan de praat. Ze zit daar op de rest te wachten omdat ze slecht ter been is. Ze heeft wel drie protheses, vertrouwt ze mij toe. Ik noem haar daarom madame prothésée. Ze moet er hartelijk om lachen. We gaan verder richting St. Jean Pied-de-Port. Het zijn nog enkele steile klimmen die me voor de eerste keer flink laten zweten. Bij Arjan loopt de ketting eraf, waarschijnlijk tijdens het schakelen naar een andere versnelling. In St. Jean gaan we op zoek naar onderdak. We kijken rond op een camping aan het begin van het plaatsje, maar die valt af. Het is een troep. Verderop krijgen we het idee om naar een refuge te gaan. En te kijken of het ontvangstpunt voor pelgrims op zondag open is. We vinden het ontvangstpunt hoog op de heuvel. Het is open. We krijgen een stempel en ze informeren ons over de mogelijkheden die de refuges bieden. We gaan naar een refuge dicht bij de rivier le Nive, die het stadje

Sorde L'Abbaye

Sorde L' Abbaye

kruist. Later blijkt dat er nog een andere camping is, vlak achter onze refuge aan de rivier. Maar we prijzen ons gelukkig met het echte dak boven ons hoofd, want het weer wordt slechter.

Het zal pas op woensdag aanzienlijk beter worden. Voorlopig moeten we met regenbuien rekening houden. We zijn benieuwd naar onze refuge. In de voorbereidingen heb ik er het een en ander over gelezen en gehoord. Dat blijkt aardig te kloppen. Een refuge is eigenlijk een slaapzaal met in de buurt sanitaire voorzieningen. De meeste refuges (in het Spaans refugios) hebben meer dan één slaapzaal. De zaal is volgestouwd met stapelbedden. Die hebben enkel een matras. Soms ligt op het voeteneind een deken. De omvang van de slaapzaal varieert sterk. In onze eerste refugio staan er zeven stapelbedden. Maar later komen we in refugios met veel meer stapelbedden op grote zalen, gecreëerd in bijv. een oud seminarie. Behalve de slaapzalen is er een ontbijtruimte. Je kunt daar water koken en zelf meegebrachte

Kerk in St Jean Pied de Port

Kerk in St Jean Pied de Port

etenswaren als ontbijt gebruiken. Gelieve de borden en het bestek dat je uit deze ruimte gebruikt wel zelf even af te wassen.
En geen troep achter te laten. Spreekt vanzelf, tenminste voor de meesten. Er geldt een avondsluiting. Je moet voor die tijd binnen zijn. Het sluitingsuur varieert van 22:00 via 22:30 tot 23:00 uur. Op de slaapzalen ligt iedereen door elkaar. Er is (meestal) geen dames- en herenafdeling. Op volgorde van binnenkomst krijg je een bed toegewezen. Soms komt het voor dat voetgangers voorrang krijgen op fietsers. Sommige refugios gaan pas om 19:00 uur open voor fietsers. Wij hebben dit niet meegemaakt, maar anderen die we onderweg gesproken hebben, wel. De kosten van een overnachting liggen tussen € 5 en € 8 per persoon. Het is de bedoeling dat je maar één nacht blijft en ’s morgens om 08:00 uur het pand hebt verlaten. Op onze 1e refuge in St. Jean konden we twee nachten blijven.

Het ontbijt (een half stokbrood en wat jam) was in de prijs
-€15 p.p.p.n- inbegrepen. Dat bleek een Franse uitzondering op de Spaanse regel. De eerste nacht is het niet druk op onze slaapzaal. We zijn er met drie personen. De tweede nacht is het volle bak. De refuge is al oud. De vloeren kraken. Het heeft een prachtig vierkant trappenhuis en is drie etages hoog. Elke zijde van het trappenhuis is zes meter lang. De houten trap is breed en kraakt ook bij elke stap. Helemaal achter in de refuge kunnen we onze fietsen stallen. In de ontvangstruimte klinkt naast spirituele muziek ook muziek uit Jonathan Livingston Seagull en zo nu en dan een vrolijk nummer, bijv. de A-train. We lopen wat rond in het stadje en ontmoeten Frans en Lia op de brug. Zij staan op de camping. We gaan samen een biertje drinken. We wisselen adressen en andere wetenswaardigheden uit. Ze blijken even jong te zijn als Ietje (Lia) en ik (Frans). Met kinderen met de leeftijd van onze jongens. Daarna gaan Lia en Frans weer hun eigen weg. Wij gaan eten in een typisch

Frans Baskenland

Frans Baskenland

Baskisch restaurant. We nemen jambon-de-montaigne en agneau basque. Als nagerecht kaas met jam en koffie. Het is heerlijk. Vooral de typisch baskische peperoni smaakt erg goed. Het zijn vrij kleine driehoekige paprika’s, zacht gekookt. Als aperitief hebben we txapa genomen. Op advies van de ober. Txapa (je zegt ‘tsjapa’) is een lekker Baskisch drankje.


Dag 17: 16 juni, rustdag in St. Jean Pied-de-Port

augustus 17, 2008 door matknaapen

Maandag

Hoofdstraat van St Jean

Hoofdstraat van St Jean

Markt in St Jean

Markt in St Jean

We moeten als eerste enkele kleine problemen oplossen. Arjan koopt een riem bij een Afrikaanse markkoopman. De fysieke inspanningen hebben gevolgen gehad voor zijn broekophanging. Om het probleempje met Arjans tassenophanging te laten verhelpen, gaan we naar een grote fietsenmaker aan de andere kant van het stadje. Ik koop in deze zaak een nieuw luchtbed. Weer een Campingaz, vrijwel gelijk aan mijn vorige luchtbed. Zo kan ik het luchtbedpompje blijven gebruiken. De aankoop zal een ernstige fout blijken te zijn. Als lunch nemen we salade met warme stukjes eendenborst. Daarna zoeken we een internetpunt. In het centrum is er een in een fotozaak, maar daar werken de pc’s niet. Er is er ook een aan de rand van St. Jean. We lopen er heen. Het is een authentieke Baskische kroeg. De dame achter de tap is tevens verkoopster in de kleine levensmiddelenzaak die via een doorgang direct naast de bar is te bereiken. Ik ga internetten en Arjan bestelt wat. Na een tijdje draaien we de rollen om. Ik hang aan de bar en neem een txapa. Later is de bardame verdwenen (ik heb met haar afgerekend) en staat er een echte Bask achter de tap.

Arjan is er inmiddels ook en we drinken nog wat. We buurten met de tapgenoten die in onderhandeling zijn met een Afrikaan die uit zijn voorraad riemen te koop aanbiedt. Als de bar om 14:30 uur sluit hoeven we niet te betalen. We verlaten de bar en ieder kiest een eigen weg.
Arjan gaat op zoek naar resten van Romeinse gebouwen en bruggen. Ik bezoek de kerk, steek er een kaarsje op en ga naar het slot dat door Vauban is gebouwd. Het torent hoog boven de stad uit en vanaf daar is er een mooi uitzicht op

Baskische kroeg

Baskische kroeg

de Pyreneeën. Om in de pas te blijven met Arjan koop ik ook een riem bij een winkeltje waarin een oud mannetje zit. Ook bij mij is het nodig de broekriem aan te halen om te voorkomen dat de broek op mijn enkels zakt. Later in de middag neem ik nog een pils op een terras. Het weer wordt slechter. De voorspelling voor morgen is dat het nog steeds bewolkt zal zijn maar wel droog. Belangrijk voor ons, want we moeten over de col d’Ibañeta op 1057 meter. Als het slecht weer is moeten we tot woensdag wachten. Dat zou een extra dag in St. Jean betekenen. Aan het einde van de middag ontmoeten we elkaar op het afgesproken tijdstip en eten we een paella. We hebben wel eens een betere paella gehad. Vanavond is het weer voetbal (Duitsland – Oostenrijk) en we kijken de eerste helft in het Baskisch restaurant waar we gisteren ook waren. De verstandhouding met de obers is erg hartelijk. Daarna is het tijd om te gaan slapen.

We hebben de knoop doorgehakt: Morgen naar Spanje.

Avond in St Jean

Avond in St Jean